BlogPensioen berekenen 2026: het complete handboek (met rekenvoorbeeld)
    Loondienst12 mei 2026·12 min

    Pensioen berekenen 2026: het complete handboek (met rekenvoorbeeld)

    Bereken je pensioen voor 2026 over alle drie pijlers: AOW, werknemerspensioen, eigen aanvulling. Met actuele bedragen en doorgewerkt voorbeeld.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp

    Wat krijg je nu echt?

    Marc, 54, accountmanager bij een groothandel in Almere. Drie maanden geleden vroeg hij zijn HR-collega om een pensioenoverzicht. Hij wilde weten hoeveel hij netto krijgt op zijn 65e.

    HR mailde een spreadsheet terug. Bovenaan stond € 3.200 per maand.

    Marc was opgelucht. Daar kun je goed van leven.

    Twee dingen klopten niet aan dat getal. Ten eerste: Marc krijgt pas op zijn 67e AOW, niet op zijn 65e. De spreadsheet ging uit van een oude AOW-leeftijd. Twee jaar minder opbouw bij zijn pensioenfonds. Ten tweede: € 3.200 was bruto. HR was vergeten daar belasting van af te trekken. Werkelijk netto, op zijn 67e, in vandaag-euro's: € 2.140.

    Verschil: € 1.060 per maand. Voor de rest van zijn leven.

    Marc was niet boos op HR. Hij was boos op zichzelf. (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)

    Het pensioen van veel Nederlanders zit zo in elkaar. Niet één getal, maar een stapel cijfers uit verschillende bronnen, op verschillende leeftijden, in verschillende valuta-eenheden (bruto, netto, nu, straks). Wie er één pakt en denkt "klaar" zit fout.

    Dit is het handboek om het wel goed te doen. Voor 2026.


    De drie pijlers in één formule

    Pensioen in Nederland heeft drie pijlers. Vrijwel iedere Nederlander heeft op zijn 67e met alle drie te maken, maar weinig mensen rekenen ze samen door.

    Pijler 1: AOW. De basisuitkering van de overheid. Krijg je sowieso, mits je in Nederland woonde tussen je 17e en 67e.

    Pijler 2: Werknemerspensioen. Het bedrag dat je werkgever en jij samen elke maand opzij zetten via een pensioenfonds of verzekeraar. Verplicht bij vrijwel elke werkgever.

    Pijler 3: Eigen aanvulling. Wat je zelf opbouwt: lijfrente, banksparen, beleggingen, een afgeloste hypotheek, eventueel een eigen onderneming.

    De simpele formule:

    Netto pensioen op 67 = AOW + werknemerspensioen + eigen aanvulling – belasting

    Klinkt makkelijk. Wordt pas lastig als je de echte cijfers gaat invullen. Voor elke pijler is er minstens één valkuil. Voor pijler 2 zijn er drie. We werken ze hieronder uit, met de bedragen die in 2026 gelden. Voor wie liever het volledige pensioengat in 5 stappen wil zien, daar gaat een ander artikel over.


    Stap 1: bereken je AOW

    De AOW is voorspelbaar. Dat is haar grote voordeel.

    Per 1 januari 2026 zijn de bedragen:

    Situatie Bruto per maand Netto per maand
    Alleenstaand € 1.637,57 € 1.558,15
    Gehuwd of samenwonend (per persoon) € 1.122,12 € 1.067,70

    Plus vakantiegeld in mei. Voor alleenstaanden € 106,55 bruto per maand opgespaard, voor gehuwden € 76,10 per persoon. Het wordt in mei in één keer uitgekeerd, geen apart bonus-bedrag op je rekening per maand. (Bron: SVB.)

    De AOW-leeftijd in 2026 is 67. Vanaf 2028 wordt het 67 jaar en 3 maanden. Daarna stijgt het verder mee met de levensverwachting volgens een vaste formule.

    Niet iedereen krijgt het volledige bedrag. De AOW kent vijftig referentiejaren tussen je 17e en 67e. Voor elk jaar dat je in die vijftig niet in Nederland verzekerd was, krijg je 2% korting. Twee jaar in Berlijn gewerkt? Dan 96% AOW. Tien jaar emigratie naar Spanje? 80%. De som is ruwweg lineair en hard. Wie denkt dat het wel meevalt: het valt niet mee.

    Voor de meeste lezers van dit artikel is de korting nul. Maar check het, want het is een eenmalig moment en het corrigeert je hele pensioenplaatje. Voor wie wel een gat heeft: het AOW-gat in detail lees je hier.


    Stap 2: lees je werknemerspensioen op mijnpensioenoverzicht.nl

    Mijnpensioenoverzicht.nl is dé centrale plek voor je werknemerspensioen. Eén DigiD-login en je ziet wat je hebt opgebouwd bij elk fonds waar je ooit zat. Voor de meeste mensen klopt dat overzicht. Het probleem zit niet in de optelling. Het zit in hoe je de getallen leest.

    Mijnpensioenoverzicht.nl liegt niet, maar het misleidt je wel. De getallen zijn bruto, ze staan in vandaag-euro's, en ze nemen aan dat je tot je pensioenleeftijd dezelfde baan houdt bij hetzelfde fonds. Wie het cijfer overtypt in zijn financiële plan rekent zichzelf 30% rijker dan hij is.

    Drie misleidingen op een rij.

    Eén: bruto, niet netto. Het bedrag dat je ziet is bruto. Daar gaat nog inkomstenbelasting af. Vanaf je AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer, dus het tarief in schijf 1 is in 2026 ongeveer 17,9%. Boven schijf 1 (zo'n € 40.000 per jaar boven AOW) loopt het op naar 37,07%. Reken ruwweg met 18% aftrek tot € 3.000 bruto per maand, daarboven 30-35%.

    Twee: vandaag-euro's, geen koopkracht. Mijnpensioenoverzicht toont nominale bedragen. Wat het cijfer waard is op je 67e in koopkracht van vandaag, dat staat er niet bij. Wie nu 49 is en op 67 met pensioen gaat, kijkt naar 18 jaar inflatie. Bij 2,5% per jaar zakt de koopkracht van een vast bedrag met 38%. Een pensioenfonds kan dat compenseren met indexering, maar daar is geen garantie voor. Bij ABP is sinds 2009 fors minder geïndexeerd dan de inflatie.

    Drie: vooruitgerekend met aannames. Het systeem neemt aan dat je tot je pensioenleeftijd in je huidige baan blijft, met je huidige pensioenfonds en je huidige salaris. Wissel je van werkgever en daalt je salaris? Dan klopt de prognose niet meer. Word je ZZP'er? Dan stopt de opbouw direct.

    (Trouwens, ABP-deelnemers zien sinds januari 2026 een nieuwe weergave op mijnpensioenoverzicht. Het verschil zit in hoe het invaarbedrag onder de Wet toekomst pensioenen wordt getoond. De oude prognose stond eronder als "richtbedrag". Wie het niet uitzoomt, mist die regel.)

    Wie precies wil weten wat hij op het scherm ziet: zo lees je mijnpensioenoverzicht écht.


    Stap 3: corrigeer voor inflatie

    Inflatie is de stille pensioenkiller. Hij doet zijn werk in stilte, jaar na jaar, ongeacht wat de beurs doet.

    Twee getallen om te onthouden. De ECB-doelstelling is 2%. Het werkelijke gemiddelde in Nederland over de afgelopen tien jaar lag dichter bij 2,8% (CBS). Voor pensioenplanning hanteer ik 2,5% als rekenwaarde. Dat is wat aan de voorzichtige kant en compenseert voor de schokken die er ongetwijfeld komen tussen nu en je 67e.

    Even precies: ik schreef hierboven 2,5% inflatie als rekenwaarde. De ECB-doelstelling is 2%. Maar voor pensioenplanning is 2,5% veiliger, omdat de afgelopen tien jaar het werkelijke gemiddelde dichter bij 2,8% lag. En in 2022 piekten we boven de 11%. Dat soort jaren maakt de gemiddelden raar.

    Een rekenvoorbeeld. Stel je verwacht € 3.000 netto per maand op je 67e, en je bent nu 49. Pensioen begint over 18 jaar.

    Bij 2,5% inflatie zonder enige indexering: koopkracht daalt met 36% over 18 jaar. Werkelijke koopkracht in 2026-euro's: € 1.918 per maand. Dat is meer dan € 1.000 minder dan je verwacht.

    Pensioenfondsen indexeren wél, maar deels en alleen bij voldoende dekkingsgraad. Bij gemiddelde indexering van 1,5% per jaar (historisch redelijk gunstig): koopkrachtverlies 1% per jaar over 18 jaar = -16,5%. Werkelijke koopkracht: € 2.505 per maand. Beter, maar nog steeds € 495 minder dan op het scherm staat.

    Voor wie verder wil over hoe inflatie de afgelopen drie jaar je vermogen heeft uitgehold: het verhaal achter de 14% in 2022.


    Stap 4: vul je pensioengat

    Het verschil tussen wat je nodig hebt op je 67e en wat AOW + werknemerspensioen samen leveren, dat is je pensioengat.

    Bij Marc was het gat € 1.060 per maand. Bij iemand anders is het € 200, of € 2.500. Het hangt af van je inkomen, je loopbaan, je gezinssituatie en hoe vroeg je begonnen bent met opbouwen.

    Drie wegen om het gat te vullen.

    Lijfrente of banksparen. Beide zijn aftrekbaar in box 1, mits je binnen je jaarruimte blijft. De jaarruimte is afhankelijk van je inkomen en pensioenopbouw via je werkgever. Voor 2026 is de jaarruimte uitgewerkt in een apart artikel. Het geld zit fiscaal vast tot je pensioendatum, maar je krijgt nu belasting terug aan de voorkant.

    Beleggen via een gewone broker. Vrij opneembaar, maar onderhevig aan box 3 elk jaar. Voor wie veel jaarruimte heeft is dat fiscaal minder gunstig. Voor wie geen jaarruimte over heeft, of die al volledig benut, is het de logische derde route.

    Aflossen op je hypotheek. Saaie route, geen rendement-spektakel, maar wel gegarandeerde besparing op je rente en een lager pensioendoel (omdat woonlasten dalen).

    Welke route past bij jou hangt af van je leeftijd, inkomen en risicoprofiel. Voor de vijf-stappen-aanpak om je gat structureel te dichten is een aparte gids beschikbaar.


    De vijf rekenfouten

    Bij elke nieuwe klant kijk ik eerst of ze in een van deze vijf valt. Vaak is het er meer dan één.

    1. AOW-leeftijd op 65 zetten. De AOW-leeftijd is in 2013 begonnen op te schuiven en zit nu op 67. Wie zijn pensioen op 65 plant, denkt dat hij twee jaar eerder kan stoppen dan in werkelijkheid kan zonder gat. Bij Marc was het ene fout.
    2. Bruto verwarren met netto. Cijfers op mijnpensioenoverzicht zijn bruto. Veel berekeningen elders ook. Wie 18% tot 35% inkomstenbelasting vergeet, rekent zichzelf rijk.
    3. Inflatie negeren. Het meest gemaakte. Vandaag-euro's lijken vaste valuta. Dat zijn ze niet over twintig jaar.
    4. Vergeten dat je niet alle vijftig jaar in Nederland woonde. Iedere expat-periode kost AOW. Iedere jaar zonder Nederlandse verzekering kost 2%.
    5. Aannemen dat je salaris gelijk blijft. Mijnpensioenoverzicht extrapoleert je huidige salaris tot je 67e. Wisseling van baan, ZZP-stap, deeltijd, mantelzorg: alles waardoor je opbouw verandert valt niet in de prognose.

    Marc viel in 1 én 2. Anderhalve fout van de vijf, en € 1.060 per maand schade.


    Wat de Wtp verandert

    De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is op 1 juli 2023 ingegaan. Pensioenfondsen en verzekeraars moeten hun regelingen aanpassen vóór 1 januari 2028. Die deadline is verschoven van 2027, mede omdat de complexiteit van de transitie groter bleek dan begroot.

    De kern: van DB (defined benefit, gegarandeerde uitkering) naar DC (defined contribution, variabele uitkering). Iedereen krijgt een persoonlijke pensioenpot waarin zijn premies en rendementen apart bijgehouden worden. Geen collectieve buffers meer waarmee meevallers en tegenvallers gespreid worden.

    Wat dat voor jou betekent.

    Je pensioenuitkering wordt minder voorspelbaar. Beurs slecht in het jaar dat je 67 wordt? Dan begin je met een lagere uitkering. Beurs goed? Dan hoger. Voor wie houdt van zekerheid is dat een verslechtering. Voor wie het rendement op de lange termijn ziet, niet noodzakelijk.

    Eigen aanvulling wordt belangrijker. Pijler 3 was altijd al verstandig. Onder Wtp wordt hij essentieel om de schommelingen op te vangen. De volledige uitleg en wat de Wtp specifiek voor jouw fonds betekent: in een eigen artikel.

    Heb jij al een transitiebrief van je pensioenfonds gekregen? Stond er iets in dat je verraste? Mail me. Ik verzamel transitiebrieven van verschillende fondsen om te zien waar de praktijk uiteenloopt.


    Complete case: Anneke, 49, modaal, ABP-deelnemer

    Anneke is 49 jaar, leerkracht basisschool in Tilburg. Ze werkt sinds haar 33e bij hetzelfde schoolbestuur. ABP-deelnemer dus, sinds 16 jaar, met nog 18 jaar te gaan tot haar 67e.

    Bruto jaarinkomen 2026: € 47.500. Modaal, in de buurt. Gehuwd, twee kinderen al uit huis, hypotheek loopt af op haar 64e.

    Wat ze ziet op mijnpensioenoverzicht.nl:

    Pijler Bedrag (bruto/maand op 67)
    AOW gehuwd € 1.122,12
    ABP-pensioen € 2.380
    Totaal bruto € 3.502

    Anneke trekt daar 20% inkomstenbelasting van af (haar inschatting; in werkelijkheid eerder 22% gemiddeld over de hele uitkering). Komt op € 2.802 netto. Past binnen het gezinsbudget dat ze in een spreadsheet op € 2.700 heeft gezet voor na pensioen.

    Conclusie van Anneke: ik zit goed.

    Conclusie na correctie: niet helemaal.

    De inflatie-correctie.

    Pensioen begint over 18 jaar. Bij 2,5% inflatie en 1,5% indexering: koopkrachtverlies van 1% per jaar = -16,5% over 18 jaar.

    Werkelijke koopkracht in 2026-euro's:

    • Bruto € 3.502 × 0,835 = € 2.924
    • Netto na 22% belasting = € 2.281

    Tekort op het gezinsbudget van € 2.700: € 419 per maand.

    De vermogens-vertaling.

    Anneke heeft een pensioenhorizon van ongeveer 23 jaar (67 tot 90, statistisch). Een tekort van € 419 per maand × 12 = € 5.028 per jaar. Bij contante waarde tegen 4% reëel rendement (defensieve aannames in de pensioenfase) komt dat neer op ongeveer € 76.500 vermogen dat ze tussen nu en haar 67e moet opbouwen om het gat te dichten.

    Hoe?

    Bij € 250 per maand inleg in een lijfrente, 4% reëel rendement, 18 jaar opbouw: € 79.000 op haar 67e. Net genoeg.

    Anneke heeft jaarruimte van ongeveer € 4.800 per jaar (zo'n € 400 per maand). Ze legt nu niets in. Vanaf nu € 250 per maand inleggen kost haar netto ongeveer € 175 per maand (na belastingteruggave 30%).

    Het gat is overzichtelijk. Maar alleen omdat we het hebben uitgerekend.

    Wil je dit niet met de hand doen? Mijn VermogensPlanner rekent de drie pijlers samen door, met inflatie en de Wtp-verschuiving meegenomen. Vier vragen, één getal. Stap 1 tot 3 zijn gratis.

    Of laat het door een planner doen, als je liever niet zelf rekent.


    Wat nu?

    Drie acties voor deze week.

    Log in op mijnpensioenoverzicht.nl. Schrijf het bruto-bedrag op dat je op 67 verwacht. Schrijf eronder: dit is bruto, in vandaag-euro's, met aanname dat ik niet meer wissel.

    Trek er 20% inkomstenbelasting af. Voor inkomens boven € 3.000 bruto per maand: trek er 30% af. Dat is je werkelijke verwachte netto op 67 in 2026-koopkracht zonder inflatie-correctie.

    Corrigeer voor inflatie. Trek er per jaar tot je pensioendatum 1% af voor reëel verlies (bij gemiddelde indexering). Bij 18 jaar: -16,5%.

    Het cijfer dat overblijft is je werkelijk verwachte pensioen op 67. Vergelijk dat met je verwachte uitgavenpatroon. Het verschil is je gat. En het gat is meestal beter dichtbaar dan je denkt, mits je nu begint.

    Gratis tool

    Pensioenstresstest: hoe robuust is jouw plan bij een marktcrash?

    Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.

    Doe de pensioenstresstest gratis →

    Bereken jouw pensioentekort

    Hoeveel heb je zelf nog nodig naast AOW en werkgeverspensioen? Bereken wanneer jij kunt stoppen.

    Stappen 1 t/m 3 gratis · Eenmalige aankoop voor het volledige plan

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp
    Serge van der Pluijm

    Geschreven door Serge van der Pluijm

    Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.

    Meer artikelen

    Loondienst

    Jaarruimte berekenen 2026 — maximale lijfrentepremie voor ZZP & werknemer

    14 juli 2026 · 5 min
    Loondienst

    AOW-gat berekenen 2026 — zo voorkom je een inkomensgat

    26 juni 2026 · 5 min

    © 2026 Mijn VermogensPlanner