Algemeen
Inflatie en pensioen — wat 14% inflatie doet met jouw vermogen
Wat 2022-inflatie deed met Nederlandse pensioenen, hoe lang het effect doorwerkt, en wat je rekenwaarde voor 2026 en daarna moet zijn.
De cijfers waar bijna niemand bij stilstond
In oktober 2022 stond de inflatie in Nederland op haar hoogtepunt sinds 1976. Het CBS rapporteerde 14,3% jaar-op-jaar. Voor het hele jaar 2022 kwam het op 11,6% gemiddeld. De winterse energieprijzen, de oorlog in Oekraïne, supply-chain-verstoring na Covid: een stapeling van factoren bracht inflatie op een niveau dat veel Nederlanders niet hadden gezien.
Daar werd over geklaagd in het Journaal. In de boodschappen merkten mensen het. Maar over wat het betekende voor pensioenen, daar werd minder over gesproken.
Dit artikel rekent dat uit. Wat 2022 deed met je vermogen. Wat 2023-2024 nog deed. Welke lessen er voor 2026 en de jaren erna in zitten.
Wat inflatie van 14% concreet doet
In simpele termen: bij 14% inflatie heeft je geld 14% minder koopwaarde aan het einde van het jaar dan aan het begin. Of beter: voor dezelfde producten en diensten betaal je 14% meer.
Voorbeeld 1: spaargeld zonder rente.
€ 100.000 op een spaarrekening met 0% rente, begin 2022. Eind 2022: nominaal nog steeds € 100.000. Maar koopkracht: € 87.500 (in begin-2022 koopkracht).
Voorbeeld 2: spaargeld met 0,5% rente.
€ 100.000 met 0,5% rente. Eind 2022: € 100.500 nominaal. Koopkracht: € 87.940. Iets beter dan optie 1, niet veel.
Voorbeeld 3: beleggingen.
In 2022 daalde de wereldindex met ongeveer 18% nominaal. Bij € 100.000 begin 2022 stond eind 2022 € 82.000 nominaal. Koopkracht: € 71.750. Veel slechter dan spaargeld.
In 2022 verloor je dus aan beide kanten. Spaargeld koopkracht door inflatie. Beleggingen door zowel inflatie als koersdaling. Een rampjaar voor iedereen die zijn vermogen aansprak of zijn pensioen begon.
Wat 2023-2024 nog deed
Inflatie in 2022 was hoog. In 2023 daalde het naar 3,8% gemiddeld in Nederland. In 2024 verder naar 3,2%. Eind 2024 op of net onder de ECB-doelstelling van 2%.
Het cumulatieve koopkrachtverlies van begin 2022 tot eind 2024 (drie jaar): ongeveer 18-19% voor wie cash had.
Voor de drie scenario's hierboven, eind 2024:
Spaargeld 0% rente: € 100.000 nominaal, koopkracht ongeveer € 81.500. Verlies: € 18.500.
Spaargeld 0,5% gemiddeld over 3 jaar: € 101.500 nominaal, koopkracht € 82.722. Verlies: € 17.278.
Beleggingen wereldindex: in 2023 herstelde de markt sterk (+24% nominaal), in 2024 voort (+18%). Drie-jaars cumulatief: ongeveer +20% nominaal. Eind 2024: € 120.000 nominaal, koopkracht € 97.800. Verlies: € 2.200.
Wie tussendoor verkocht en in cash bleef "tot de markt rustig was", verloor flink. Wie consequent in de markt bleef, herstelde grotendeels.
Voor pensioenplanning is dat de les van 2022-2024: cash is geen veilige haven tegen inflatie. Cash is de plek waar je vermogen langzaam wegteert. Beleggingen zijn volatiel maar herstellen historisch. Wie zijn vermogen wil behouden over 20-30 jaar moet zwaarder in beleggingen zitten dan veel mensen denken.
Wat dit voor pensioenfondsen betekende
Pensioenfondsen hebben twee mechanismen om met inflatie om te gaan.
Mechanisme 1: indexering.
Wanneer een fonds genoeg dekkingsgraad heeft, kan het de pensioenuitkeringen verhogen om inflatie deels te compenseren. ABP, het grootste fonds, indexeerde in 2022 niet en in 2023 deels. PFZW, het tweede grootste, deed iets vergelijkbaars.
Voor pensioendeelnemers die in 2022 al uitkering ontvingen: hun reëel pensioen daalde met ongeveer 10% in dat ene jaar.
Mechanisme 2: niet indexeren.
Bij lage dekkingsgraad mogen pensioenfondsen niet indexeren, en in extreme gevallen moeten ze pensioenen zelfs verlagen ("afstempelen"). In 2022 was de dekkingsgraad bij de meeste grote fondsen hoog genoeg om dit te voorkomen, maar in eerdere jaren (2020-2021) had ABP wel niet-geïndexeerd.
Het netto-effect over de afgelopen 10-15 jaar: Nederlandse pensioenfondsen hebben gemiddeld 1-1,5% per jaar geïndexeerd, terwijl inflatie gemiddeld 2,5-2,8% per jaar bedroeg. Reëel verlies van 1-1,5% per jaar voor pensioendeelnemers.
Cumulatief over 20 jaar: 18-26% reëel koopkrachtverlies tegenover een volledig geïndexeerd pensioen.
Welke rekenwaarde voor inflatie hou je aan voor 2026?
De ECB-doelstelling is 2%. Het werkelijke gemiddelde over de afgelopen 10 jaar in Nederland is 2,8% (CBS). Voor pensioenplanning gebruik ik 2,5% als rekenwaarde.
Argumenten voor lager (2,0-2,2%):
- ECB-doelstelling
- 2024-2025 zijn we weer in dat range
- Centrale banken hebben krachtige tools (rentehefboom)
Argumenten voor hoger (2,8-3,2%):
- Werkelijk gemiddelde laatste 10 jaar
- Energie- en grondstoffen-volatiliteit blijft hoog
- Demografische druk (vergrijzing) drukt sommige sectoren omhoog
Mijn middenpositie van 2,5% is conservatief genoeg om te beschermen, niet zo hoog dat planning onnodig pessimistisch wordt.
(Voor wie risico-avers is: hou 3% aan en accepteer dat je vermogensvereiste 10-15% hoger uitvalt dan met 2,5%. Voor wie optimist is: hou 2% aan, maar wees bewust dat een nieuw 2022-achtig jaar je plan onderuit kan halen.)
Wat dit voor jouw vermogensopbouw betekent
Drie praktische gevolgen.
Gevolg 1: cash is duur op lange termijn.
Wie € 100.000 op een spaarrekening met 1,5% rente (2026 niveau) heeft staan, terwijl inflatie 2,5% is, verliest jaarlijks 1% reëel rendement. Over 30 jaar: bijna 26% koopkrachtverlies. Op € 100.000 = € 26.000 koopkracht weg.
Cash buffer voor noodgevallen: prima (3-6 maanden uitgaven). Cash als hoofdmoot van je pensioenpot: schadelijk.
Gevolg 2: alleen reëel rendement telt.
Bij elke berekening voor pensioenplanning werk je met reëel rendement (na inflatie), niet nominaal. Bij een nominale rendementsverwachting van 7,5% en inflatie 2,5%: reëel rendement 5%. Wie met 7,5% rekent, rekent zichzelf rijk.
Gevolg 3: indexering is geen gegeven.
Werkgevers en pensioenfondsen indexeren niet altijd volledig. Reken in je plan met een conservatief indexering-percentage (1,5% maximaal) om jezelf niet te overschatten.
Voor hoe je vermogen opbouwt over verschillende leeftijden is de pillar-gids beschikbaar.
De rekenwaarde voor je eigen plan
Twee scenario's voor wie zijn pensioenplan onder de loep wil nemen.
Scenario A: optimistisch.
Inflatie 2,0% per jaar. Pensioenfondsen indexeren met gemiddeld 1,8% per jaar. Reëel koopkrachtverlies 0,2% per jaar.
Scenario B: conservatief.
Inflatie 2,8% per jaar. Pensioenfondsen indexeren met 1,5% per jaar. Reëel koopkrachtverlies 1,3% per jaar = -22% over 20 jaar.
Voor de meeste plannen reken ik scenario B als basisplan. Wie het haalt, kan elk meevaller bestempelen als bonus. Wie het minimum aanhoudt en een tegenslag krijgt, zit in de problemen.
Eerder zou ik hebben geschreven: reken met 2% inflatie en 1,5% indexering. Even precies: dat is wat veel pensioenfondsen zelf hanteren in hun communicatie. Maar mijn ervaring met klanten is dat hun werkelijkheid bijna altijd dichter bij scenario B ligt. Voor pensioenplanning is conservatief beter dan optimistisch, omdat je geen kans krijgt om te corrigeren als het tegenvalt.
Wat je nu kunt doen
Drie acties.
Eén: bereken je werkelijke koopkracht-verlies sinds 2021.
Tel je nominale vermogen begin 2022 op. Vergelijk met je nominale vermogen eind 2024. Wat is reëel daarvan over? Bij significant verlies: was je te zwaar in cash?
Twee: kies een rekenwaarde voor inflatie in je plan.
Niet een vaste 2%. Tussen 2,5% (mijn middenpositie) en 3% (conservatief). Pas je vermogensvereiste aan accordeerst.
Drie: check je pensioenfonds-indexering.
Op de site van je pensioenfonds staat hoe vaak en hoeveel ze hebben geïndexeerd. ABP, PFZW, BPFBouw — allemaal anders. Pas je verwachting aan op de werkelijkheid.
Heb jij je vermogen al gecorrigeerd voor reëel rendement, of werk je met nominale cijfers? Mail me hoe je het hebt aangepakt. Ik verzamel cases om in een vervolggids te bespreken hoe Nederlanders met inflatie omgaan in hun pensioenplanning.
Wat de tool doet
Mijn VermogensPlanner werkt standaard met reëel rendement. Inflatiecorrectie is automatisch ingebakken. Je voert je nominale vermogen en inleg in, de tool berekent je doel in koopkracht van vandaag. Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of vergelijk hoe beleggen versus sparen op pensioen uitpakt over 30 jaar als je twijfelt over de cash/beleggings-verdeling.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratisZelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.