FIRE in Nederland 2026: het rekenmodel dat wél klopt (incl. box 3)
Het volledige FIRE-rekenmodel voor Nederland: box 3 in 2026, brugjaren tot AOW, en realistische scenario's voor stoppen op 50, 55, 60 of 62.
Waarom 4% niet werkt in Nederland
De 4%-regel komt uit één studie. De Trinity Study, 1998, drie hoogleraren aan de Trinity University in San Antonio. Ze keken terug op de Amerikaanse beurs van 1926 tot 1995, namen een 60/40-portefeuille aandelen en obligaties, en testten welk percentage je per jaar kon opnemen zonder dat je geld over een periode van 30 jaar opraakte. Conclusie: 4%, in 95% van de scenario's veilig.
Het is een mooi paper. Maar het is geen wet. Het is een terugblik op één land, één periode, één portfoliotype, met één belastingstelsel.
In Nederland, in 2026, gaat de 4%-regel niet op. Drie redenen.
De Trinity Study had geen box 3. Amerikanen betalen capital gains tax bij verkoop, met vrijstellingen die voor de meeste FIRE-aanhangers neerkomen op 0% tot 15%. Nederlanders betalen elk jaar box 3, ook als ze niets verkopen. Forfaitair op 6% van hun vermogen, tegen een tarief van 36%. Effectief 2,16% per jaar over je vermogen, of je nu rendement maakt of niet. Dat is meer dan de helft van die 4%.
De Trinity Study ging uit van een Amerikaanse markt. S&P 500 over 1926-1995, een gouden eeuw met de Verenigde Staten als economisch zwaartepunt van de wereld. Nederland is geen Amerika. De AEX heeft minder concentratie in groeisectoren, meer in oude industrie. Een 30-jaars wereldportefeuille (MSCI World) komt dichter in de buurt, maar nog steeds niet op die specifieke S&P-cijfers.
De Trinity Study had geen AOW. Amerikanen hebben Social Security, maar die is veel lager en politiek nog volatieler. Nederlanders hebben AOW vanaf 67, ruim € 1.500 netto per maand voor alleenstaanden. Dat verlaagt je benodigde FIRE-vermogen aanzienlijk. Of zou dat moeten doen, als je AOW als zekerheid inrekent. Daarover later meer.
De 4%-regel is geen regel. Het was één studie. Eén land. Eén periode. Eén type portfolio. In Nederland 2026 gaat hij niet op. Wie 'm hier toepast, rekent zichzelf rijk.
Lisa, 43, datascientist in Utrecht. Vermogen op 1-1-2026: € 687.000, opgebouwd in tien jaar van zwaar inleggen na een goedbetaalde overstap naar de tech-sector. Las Mr Money Mustache, las Mr FOB, paste de 4%-regel toe: 4% van € 687.000 = € 27.480 per jaar. Plus AOW later. Klaar om te stoppen.
Toen rekende een vriend de box 3-aanslag voor 2026. Vermogen € 687.000 minus vrijstelling € 59.357 = € 627.643 belastbaar. Bij volledige beleggingen tegen forfait 6%: fictief inkomen € 37.658,58. Belasting 36%: € 13.557 per jaar.
Lisa's werkelijke netto-trekking: € 27.480 minus € 13.557 = € 13.923 per jaar. Per maand: € 1.160.
Stoppen met werken op € 1.160 per maand was nooit het plan. Lisa schoof haar FIRE-doel met vier jaar op. (samengestelde case)
Het Nederlandse rekenmodel: vijf variabelen
Wie in Nederland realistisch wil rekenen aan FIRE, heeft niet één getal nodig. Hij heeft vijf variabelen die elkaar beïnvloeden.
Variabele 1: je gewenst netto inkomen per maand. Niet wat je nu uitgeeft. Wat je over tien of twintig jaar denkt te willen besteden, gecorrigeerd voor uitgaven die wegvallen (woon-werkverkeer, lunches, werkkleding) en die erbij komen (zorgkosten, vrije tijd, eventueel hulp aan kinderen).
Variabele 2: de leeftijd waarop je wilt stoppen. Hoe vroeger, hoe meer brugjaren. En brugjaren zijn fiscaal het zwaarst.
Variabele 3: je verwacht reëel rendement. Voor de lange termijn hou ik 4-5% reëel aan voor een gemengde portefeuille (50/50 aandelen-obligatie), 6% voor wie volledig in een wereldindex zit en de schommelingen aankan, 3% voor wie defensief belegt of dichter bij FIRE-leeftijd.
Variabele 4: of je AOW meeneemt. Hier zit een principekeuze. AOW is geen recht, het is een belofte van de overheid die elke vier jaar opnieuw onderhandeld kan worden. Wie hem inrekent als gegeven, FIRE-cijfer flink lager. Wie hem niet meeneemt, rekent voorzichtiger. Voor meer over de 4%-regel en wat hem in Nederland doodmaakt is een diepteslag beschikbaar.
Variabele 5: box 3. De jaarlijkse drukmaker op je vermogen. In 2026: 36% over een fictief rendement van 6% (beleggingen) of zo'n 1,4% (sparen). De 25×-regel uit de FIRE-canon houdt nergens rekening mee met deze realiteit.
Met deze vijf variabelen heb je een eerlijke berekening. Eén ervan vergeten en je rekent jezelf rijk of arm.
De vier ankerleeftijden: 50, 55, 60, 62
Iedereen die over FIRE praat, plakt zijn doel aan een leeftijd. Vier ankers komen het meest voor.
50. Het zware doel. Twee derde van een normaal werkende leven. Brugperiode van 17 jaar tot AOW. Vraagt agressief sparen vanaf je 30e of een uitzonderlijke uitkering ergens (bedrijfsverkoop, erfenis).
55. De realistische droom voor goedverdienende loondienstwerkers. 12 jaar brugperiode. Vraagt nog steeds een spaarquote van 50%+ in je actieve jaren, of een hoog inkomen in combinatie met vermogensgroei.
60. De middenpositie. 7 jaar brugperiode. Voor veel hoogopgeleide tweeverdieners haalbaar.
62. Het zachte doel. 5 jaar brugperiode. Met een goede regeling (RVU, vroegpensioen via je werkgever) zelfs bereikbaar voor middeninkomens.
Hoeveel vermogen heb je nodig per leeftijd?
Eerder zou ik hebben geschreven: voor € 4.000 per maand netto op je 55e heb je ongeveer € 1,2 miljoen nodig. Dat is de ronde 25×-regel: € 48.000 per jaar × 25.
Even precies: dat klopt eigenlijk nooit. Bij 4% reëel rendement en een 30-jaars horizon (55-85) is de juiste annuïteit-berekening eerder € 830.000. Met AOW vanaf 67 ingerekend zelfs maar € 675.000. Maar als je AOW niet meeneemt en defensief belegt (3% reëel), kruip je weer richting die € 1,2 miljoen.
Welk scenario klopt voor jou hangt af van je rendementsverwachting en je vertrouwen in de overheid. Mijn lijn: AOW als bonus zien, niet als basis. Dat scheelt mogelijk twee jaar langer doorwerken, maar je slaapt beter.
Voor wie echt op 55 wil stoppen, hoeveel nodig is en hoe je daar komt is een aparte gids beschikbaar. Stoppen op 50 vereist een ander rekenmodel: aparte gids ook.
Het brugjaren-probleem
Brugjaren zijn de jaren tussen je FIRE-leeftijd en je AOW-leeftijd. Ze zijn fiscaal en financieel het zwaarst van je hele pensioenfase.
Drie redenen.
Geen AOW. De € 1.500 of € 2.250 per maand basisinkomen die je vanaf 67 krijgt, valt weg. Volledig uit eigen vermogen.
Geen werknemerspensioen (meestal). Pijler 2 keert pas uit op je pensioendatum, vaak 67. Eerder kan, maar dan wordt het bedrag actuarieel verlaagd. 5% per jaar dat je eerder begint, ruwweg.
Box 3 op volle grondslag. Je vermogen is op zijn hoogtepunt. Box 3 ook.
Stel je stopt op 60 met een doel van € 3.000 netto per maand. Tussen 60 en 67 (zeven jaar) ben je volledig op je eigen vermogen aangewezen.
Per jaar netto behoefte: € 36.000. Plus box 3-aanslag op je beleggingen: ~€ 8.000-€ 12.000 (afhankelijk van vermogensomvang). Bruto trekking benodigd uit vermogen: € 44.000-€ 48.000 per jaar.
Over zeven jaar bij 3% reëel rendement (defensief): contante waarde van € 46.000 × 6,23 = € 286.500.
Plus je vermogen voor de fase 67+ waarin AOW + pensioen de bulk dragen.
Brugjaren kosten dus per jaar bijna een halve ton aan vermogensreserve. Voor een uitgewerkte aanpak van brugjaren tot AOW is een aparte gids in de maak.
Box 3 als sluipmoordenaar
Box 3 is niet één belasting. Het is een jaarlijkse aderlating die je vermogensgroei sneller leegloopt dan je denkt.
Een rekenvoorbeeld. Je hebt € 500.000 belegd, volledig in een wereldindex. Vrijstelling € 59.357. Belastbaar € 440.643.
Forfaitair fictief rendement: € 440.643 × 6% = € 26.439. Belasting: € 26.439 × 36% = € 9.518 per jaar.
Werkelijk rendement op € 500.000 (na inflatie): bij 5% reëel = € 25.000. Bij 7% reëel = € 35.000.
In een gemiddeld jaar betaalt iemand met € 500.000 belegd dus 27% tot 38% van zijn werkelijke reëel rendement aan box 3. Voor de rest van zijn leven. Zonder ooit een aandeel te hebben verkocht.
Dit is het kernprobleem voor FIRE in Nederland. De Trinity-study ging uit van rendement zonder jaarlijkse vermogensbelasting. In Nederland heb je die wel. Wie de 4% trekt en daarna de box 3-aanslag erbij, raakt zijn pot sneller leeg dan in elke Amerikaanse simulatie.
(Een kleine technische voetnoot: vanaf 2028 zou box 3 over werkelijk rendement moeten worden geheven. Of dat ook echt 2028 wordt? Ik geloof het pas als ik de wet in het Staatsblad zie. We schuiven al sinds 2017. Eerst was het 2025, toen 2027, nu 2028. Tot die tijd: forfait blijft gewoon doortikken.)
Box 3 is dus geen technisch detail. Het is een variabele die je hele rekenmodel verandert. Voor de volledige uitleg van box 3 in 2026 en hoe FIRE en box 3 elkaar specifiek beïnvloeden zijn aparte gidsen.
Het Coast-FIRE-pad
Niet iedereen wil stoppen met werken. Sommigen willen de optie hebben om te stoppen, ook al kiezen ze ervoor om door te gaan.
Coast FIRE is een tussenvorm. Je hebt genoeg geïnvesteerd dat het zonder verdere inleg vanzelf doorgroeit naar je pensioendoel. Je werkt nog wel, maar alleen om je dagelijkse lasten te dekken. Sparen voor later hoeft niet meer.
Een rekenvoorbeeld. Je doelvermogen op 67: € 800.000 (om € 3.500 netto/maand te halen, AOW ingerekend). Je bent nu 35. Bij 5% reëel rendement gemiddeld: hoeveel moet je nu hebben om vanzelf op € 800.000 te eindigen?
€ 800.000 ÷ 1,05^32 = € 169.000.
Bedrag dat in jaarlijks-inleg moet zijn vergaard tot 35e: ongeveer € 169.000.
Vanaf je 35e hoef je niets meer in te leggen. Je werkt voor je huur, je boodschappen, je leven. Het werkt zoals het werken zou moeten werken. Geen druk meer om elke maand € 1.500 weg te zetten.
Coast FIRE is voor veel mensen aantrekkelijker dan vol-FIRE, omdat het een andere relatie met werk creëert zonder dat het werk zelf hoeft te stoppen. Voor Coast FIRE versus Lean FIRE versus Fat FIRE is een diepteslag beschikbaar.
Risicoprofiel: NL-specifiek
Nederlandse FIRE-aanhangers nemen vaak een Amerikaans risicoprofiel over: 90-100% in aandelen, geen obligaties, soms een paar procent crypto. Dat past bij de Trinity-aannames maar past niet altijd bij de Nederlandse realiteit.
Drie redenen om het Nederlandse risicoprofiel anders te bouwen.
Box 3 maakt cash duurder. In de VS kan cash op een spaarrekening 4-5% rente opleveren zonder belasting (in een Roth IRA bijvoorbeeld). In Nederland krijg je 1,5-2,2% en betaal je daar nog box 3 over. Cash aanhouden is in Nederland fiscaal duur. Beleggers compenseren dit door minder cash te houden, wat hun risicoprofiel agressiever maakt dan ze zelf doorhebben.
AOW als gedeeltelijke vangnet. Wie AOW inrekent, kan iets meer risico nemen in de jaren ná AOW. Als je vermogen tegenvalt, val je terug op het AOW-fundament. Vóór AOW is dat fundament er niet. Dat pleit voor minder risico in de brugjaren en meer in de periode 67+.
Eigen huis als anker. Een afgeloste woning is in Nederland goud waard, fiscaal en mentaal. De woning valt in box 1, niet box 3. Het beschermt tegen huurinflatie. En de overwaarde is je laatste reserve. Voor hoe beleggen versus sparen op 30 jaar uitpakt in Nederland zijn de cijfers uitgewerkt.
Mijn lijn voor FIRE-aanhangers: 80/20 in de opbouwfase tot 50, daarna geleidelijk afbouwen naar 60/40 op je FIRE-leeftijd, en in de brugjaren 50/50 met een aparte cash-buffer voor 2-3 jaar uitgaven. Niet sexy. Wel veilig.
Drie complete cases
Case 1: Lisa, 43, datascientist, Utrecht.
Vermogen op 1-1-2026: € 687.000. Verdient € 95.000 bruto per jaar. Geen partner, geen kinderen, huur in Utrecht-Centrum.
Doel: stoppen op 50. Geplande trekking € 3.500 netto per maand.
Berekening:
- Periode 50-67 (17 brugjaren): € 42.000 netto/jaar = € 50.000 bruto met box 3 erbij ≈ € 52.000/jaar nodig uit vermogen
- Contante waarde 17 brugjaren bij 4% reëel: € 52.000 × 12,17 = € 632.840
- Periode 67-85 (18 jaar): AOW alleenstaand € 19.651 + behoefte € 42.000 = tekort € 22.349/jaar uit vermogen
- Contante waarde periode 67-85: € 22.349 × 12,66 / 1,04^17 = € 145.000
Totaal benodigd vermogen op 50: € 632.840 + € 145.000 = € 778.000.
Lisa heeft op haar 43e € 687.000. Bij 5% reëel rendement en zonder verdere inleg groeit dat tot haar 50e naar € 967.000. Doel haalbaar.
Maar Lisa wíl niet zonder inleg. Ze wil tot 50 nog inleggen. Bij € 1.500 per maand inleg gedurende 7 jaar (5% reëel): € 145.000 extra. Eindvermogen op 50: € 1.112.000.
Comfortabel boven doel.
Case 2: Bram en Eva, beiden 38, samen € 220.000.
Tweeverdieners, samen € 110.000 bruto per jaar netto na belasting ongeveer € 78.000. Ze leven van € 50.000 per jaar, sparen € 28.000.
Doel: stoppen op 60.
Dat is 22 jaar opbouw plus 7 brugjaren. Met inleg van € 28.000/jaar bij 5% reëel:
- Vermogen op 60: € 220.000 × 1,05^22 + € 28.000 × ((1,05^22-1)/0,05) = € 644.000 + € 1.060.000 = € 1.704.000
Bij € 4.000 netto/maand uitgaven samen vanaf 60:
- Periode 60-67 (7 jaar): nodig ~€ 60.000/jaar inclusief box 3 = € 348.000 contante waarde
- Periode 67-85: AOW gehuwd p.p. × 2 = € 26.930 bruto/jaar samen, behoefte € 48.000. Tekort € 21.000/jaar = € 173.000 contante waarde 67-85, gediscondeerd terug naar 60 = € 132.000
Doel: € 480.000. Vermogen: € 1.704.000. Drie keer over. Bram en Eva kunnen ruim eerder stoppen, of hun bestedingsniveau verhogen.
Case 3: Tessa, 51, hr-manager Amersfoort.
Vermogen op 1-1-2026: € 412.000. Bruto inkomen € 75.000. Werknemerspensioen volgens mijnpensioenoverzicht: € 1.420 bruto/maand op 67.
Doel: stoppen op 62.
11 jaar opbouw + 5 brugjaren. Inleg van € 1.000/maand bij 4% reëel:
- Vermogen op 62: € 412.000 × 1,04^11 + € 12.000 × ((1,04^11-1)/0,04) = € 634.000 + € 162.000 = € 796.000
Bij € 3.000 netto/maand vanaf 62:
- Periode 62-67 (5 jaar, geen pijler 2 nog): € 36.000/jaar netto + box 3 = € 45.000/jaar nodig = € 200.000 contante waarde
- Periode 67-90: AOW + pijler 2 = € 1.067 + € 1.420 = € 2.487 bruto/maand = € 2.090 netto/maand. Tekort € 910/maand × 12 = € 10.920/jaar = ~€ 137.000 contante waarde gediscondeerd terug naar 62
Doel op 62: € 337.000. Vermogen: € 796.000. Tessa's plan is dus niet alleen haalbaar, ze kan ook eerder stoppen of meer besteden. Voor mensen als Tessa is FIRE een hervorming van denken eerder dan een geldprobleem.
Heb jij je eigen FIRE-getal weleens herberekend met box 3 erin? Mail me als de uitkomst je verraste. Ik verzamel cases anoniem om te zien hoe ver de Nederlandse FIRE-aanhangers echt af zitten van hun doel.
Wat de Wtp betekent voor FIRE
De Wet toekomst pensioenen, ingevoerd 1 juli 2023, is voor FIRE-aanhangers vooral relevant omdat hij pijler 2 onvoorspelbaarder maakt. Voor wie zijn FIRE-rekensom op een gegarandeerde pensioenuitkering uit pijler 2 baseerde, is die garantie er straks niet meer.
Pijler 2 wordt persoonlijk. Je krijgt een eigen pot waarin je premies en rendement worden bijgehouden. Bij goede beursjaren een hogere uitkering, bij slechte een lagere. De collectieve buffers verdwijnen.
Voor de meeste FIRE-aanhangers is dit handelbaar. Hun strategie is sowieso al niet afhankelijk van pijler 2 als enige inkomstenbron. Maar het bevestigt het belang van pijler 3 (eigen aanvulling) en een persoonlijk vermogen dat de schommelingen kan opvangen.
De volledige uitleg en wat de Wtp specifiek voor jou doet: in de Wtp-gids.
Tools en checklist
Negen vragen om je eigen FIRE-getal te bepalen.
- Wat geef ik nu uit per maand, en wat denk ik na pensioen uit te geven?
- Op welke leeftijd wil ik stoppen?
- Hoeveel jaar zit er tussen die leeftijd en AOW (67 in 2026)?
- Hoeveel werknemerspensioen krijg ik op 67, gecorrigeerd voor inflatie en belasting?
- Hoeveel AOW krijg ik op 67, en reken ik die mee?
- Welk reëel rendement neem ik aan in de opbouwfase? (Mijn aanbevolen: 4-5%)
- Welk reëel rendement neem ik aan in de pensioenfase? (Mijn aanbevolen: 3-4%)
- Hoeveel box 3-aanslag betaal ik per jaar over mijn vermogen?
- Wat is mijn marge voor onverwachte gebeurtenissen?
Wie geen zin heeft om dit met de hand uit te rekenen: Mijn VermogensPlanner doet het in vier vragen. Box 3 zit erin, AOW zit erin, brugjaren ook. Geen Amerikaanse aannames. Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of vergelijk eerst de drie grootste Nederlandse FIRE-stemmen om te kijken wiens aanpak bij jou past.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is jouw plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratis →Zelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.