De 4%-regel werkt niet in Nederland (drie redenen)
Waarom de 4%-regel uit de Trinity Study niet werkt voor FIRE in Nederland 2026: box 3, AOW-timing en NL-aandelenmarkt. Met rekenvoorbeeld.
Stan rekende met 4% en kwam in de problemen
Stan, 51, vermogen € 750.000 opgebouwd in twintig jaar van flink inleggen na een carrière in fintech. Hij las Mr Money Mustache, hij las een Bogleheads-forum, hij paste de 4%-regel toe.
4% van € 750.000 = € 30.000 per jaar. Per maand € 2.500. Plus AOW vanaf 67. Genoeg om vroeg te stoppen.
Stan vertelde zijn vriendin dat hij ging stoppen. Voordat hij dat besluit definitief maakte, vroeg een collega hem of hij box 3 had meegerekend.
Stan's antwoord: "Box wat?"
Eén berekening later was zijn vroege pensioen-droom in de prullenbak. Box 3 op € 750.000 (alles in beleggingen): € 14.918 per jaar. Werkelijke netto-trekking na box 3: € 15.082 per jaar. Per maand: € 1.257.
Niet om van te leven. Stan schoof zijn pensioendoel met vier jaar op. (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)
Stan is geen domme jongen. Hij las financiële boeken. Maar de 4%-regel zoals hij in de Amerikaanse FIRE-canon staat, werkt niet in Nederland. Drie redenen waarom.
Reden 1: de Trinity Study had geen box 3
Wie de oorsprong van de 4%-regel niet kent, mist het belangrijkste. De regel komt uit een paper van drie hoogleraren aan Trinity University in San Antonio, gepubliceerd in 1998. Ze keken terug op de Amerikaanse beurs van 1926 tot 1995, met een 60/40-portefeuille aandelen-obligaties, en testten welk percentage je per jaar kon opnemen zonder dat je vermogen in 30 jaar opraakte.
Conclusie: 4%, in 95% van de scenario's veilig.
Het paper is solide. Maar het is een onderzoek naar één specifieke situatie. Eén land, één periode, één portfoliotype, één belastingstelsel.
In het Amerikaanse belastingstelsel betaal je alleen belasting bij verkoop van beleggingen (capital gains tax). Voor lange-termijn-investeerders met vrijstellingen die voor de meeste FIRE-aanhangers neerkomen op 0% tot 15%. Geen jaarlijkse vermogensbelasting.
In Nederland heb je box 3. Elk jaar belast over een fictief rendement van 6% (beleggingen) of zo'n 1,4% (sparen), tegen een tarief van 36%. Effectief 2,16% per jaar over je belegde vermogen, ongeacht of je daadwerkelijk rendement maakt.
Voor wie de 4%-regel toepast in Nederland: jaarlijks 4% trekken plus 2,16% box 3 betalen = 6,16% van je vermogen kwijt per jaar. Bij een gemiddeld langetermijnrendement van 5% reëel raakt je pot dus sneller leeg dan in elke Trinity-simulatie.
De 4%-regel was geen wet. Het was één studie, met aannames die niet voor Nederland gelden. Toch wordt hij hier nog steeds als startpunt gebruikt door FIRE-aanhangers die nooit zelf hebben uitgerekend wat hun box 3-aanslag betekent voor hun trekkingsschema. Daar maken ze niet alleen zichzelf rijker dan ze zijn. Ze nemen ook werkelijke risico's met hun pensioen.
Voor hoe FIRE en box 3 elkaar specifiek beïnvloeden is een aparte gids in de maak.
Reden 2: de Amerikaanse aandelenmarkt is geen wereldmarkt
De Trinity Study gebruikt S&P 500-data. De Amerikaanse beurs heeft tussen 1926 en 1995 een uitzonderlijk goede periode gehad: industrialisatie, naoorlogse wederopbouw, dollarhegemonie, tech-revolutie van de jaren 80-90. Dat is geen normale beleggings-eeuw.
Voor wie zijn portefeuille bouwt rond een wereldindex (MSCI World, Vanguard FTSE All-World), kloppen de cijfers van de Trinity Study niet. Wereldindex over de afgelopen 30 jaar haalt ongeveer 7% reëel rendement, vergelijkbaar maar niet identiek aan de Amerikaanse cijfers.
Voor wie zwaarder in NL/EU belegt: AEX over 30 jaar haalt 7-8% nominaal, na inflatie ongeveer 5% reëel. Lager dan S&P 500.
Het verschil van 1-2% reëel rendement per jaar lijkt klein. Over 30 jaar trekkingsperiode is het verschil tienduizenden euro's.
Reden 3: de Trinity Study had geen AOW
In de VS is Social Security het pendant van de AOW, maar veel lager (gemiddeld $ 1.700 per maand) en politiek volatieler. Veel Amerikanen rekenen er niet op.
In Nederland krijg je vanaf 67 ongeveer € 1.500-€ 2.500 netto per maand AOW (afhankelijk van burgerlijke staat). Dat is een serieus inkomen waar je je pensioenplan rond kunt bouwen.
Voor wie AOW inrekent als gegeven, is het FIRE-getal aanzienlijk lager. Bij € 36.000 per jaar gewenst inkomen (€ 3.000 netto/maand) en AOW van € 1.500 netto per maand vanaf 67: dekkingsgat na AOW = € 1.500 netto per maand × 12 = € 18.000 per jaar.
Voor de jaren 67-87 (20 jaar pensioenfase) bij 4% reëel rendement: contante waarde € 18.000 × 13,59 = € 244.620. Dit is wat je op 67 nog uit eigen vermogen moet halen.
Vergelijk dat met de naïeve 25x-regel die zou zeggen € 36.000 × 25 = € 900.000. Het verschil: € 655.000.
Maar AOW is geen recht. Het is een belofte van de overheid die elke vier jaar opnieuw onderhandeld kan worden. Wie er volledig op rekent en in 2050 een korting van 15% meemaakt, zit in de problemen.
Eerder zou ik hebben geschreven: voor € 4.000 per maand netto op je 55e heb je ongeveer € 1,2 miljoen nodig. Dat is de ronde 25×-regel: € 48.000 per jaar × 25. Even precies: dat klopt eigenlijk nooit. Bij 4% reëel rendement en een 30-jaars horizon is de juiste annuïteit-berekening eerder € 830.000. Met AOW vanaf 67 ingerekend zelfs maar € 675.000. Maar als je AOW niet meeneemt en defensief belegt (3% reëel), kruip je weer richting die € 1,2 miljoen. Welk scenario klopt voor jou hangt af van rendementsverwachting en vertrouwen in de overheid. Mijn lijn: AOW als bonus zien, niet als basis.
Wat dan wél in Nederland?
Drie alternatieven voor de 4%-regel.
Alternatief 1: 3,2%-regel.
Trek 3,2% in plaats van 4% per jaar. De 0,8% verschil compenseert ongeveer voor box 3 op een gemengde portefeuille. Veiliger voor de Nederlandse situatie, maar betekent dat je 25-30% meer vermogen nodig hebt om te beginnen.
Alternatief 2: dynamic withdrawal.
Trek elk jaar een bedrag dat afhangt van je vermogen op dat moment, niet van een vaste regel. In goede beursjaren meer, in slechte jaren minder. Vraagt discipline en flexibiliteit, maar past bij Nederlandse fiscale realiteit waarin box 3 elk jaar verschilt naar gelang vermogensomvang.
Alternatief 3: drie-pijler-model.
Reken niet met één trekkingsregel, maar met drie inkomstenbronnen: AOW vanaf 67, werknemerspensioen vanaf 67, eigen vermogen voor brugjaren plus aanvulling. Voor het volledige Nederlandse FIRE-rekenmodel is de pillar-gids beschikbaar.
De berekening voor Stan, herzien
Laat ik Stan's situatie nog eens doorlopen, met realistische aannames.
Vermogen op 51: € 750.000, alles in een wereldindex-fonds.
Doel: € 3.000 netto per maand uitgaven. Bruto-equivalent: ongeveer € 3.700 per maand = € 44.400 per jaar.
Brugjaren 51-67 (16 jaar): trekking € 44.400 + box 3 (gemiddeld € 12.000/jaar over de periode, want vermogen daalt) = € 56.400 per jaar.
Contante waarde 16 jaar bij 4% reëel: € 56.400 × 11,65 = € 657.060.
Pensioenfase 67-90 (23 jaar): AOW alleen € 1.638/maand bruto = € 19.656/jaar. Aanvullend behoefte € 24.744/jaar bruto. Op 23 jaar bij 4% reëel: € 24.744 × 14,86 = € 367.696. Gediscondeerd naar 51 (16 jaar): € 367.696 / 1,04^16 = € 196.328.
Totaal nodig op 51: € 657.060 + € 196.328 = € 853.388.
Stan heeft € 750.000. Tekort: ongeveer € 103.000.
Hij moet nog 4-5 jaar werken voordat hij echt kan stoppen. Niet de 4%-regel.
Heb jij je eigen FIRE-getal weleens herberekend met box 3 erin? Mail me als de uitkomst je verraste. Ik verzamel cases anoniem om te zien hoe ver de Nederlandse FIRE-aanhangers echt af zitten van hun doel.
Wat de tool doet
Mijn VermogensPlanner doet de Nederlandse FIRE-berekening: vermogen, brugjaren, box 3, AOW, pensioenfase. Vier vragen, één getal. Geen Amerikaanse aannames.
Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of bereken hoeveel sparen je nodig hebt om op 55 te stoppen als je een specifieke leeftijd voor ogen hebt.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is jouw plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratis →Zelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.