Algemeen
Hoeveel sparen om op 55 te stoppen? Drie profielen doorgerekend
Hoe haalbaar is stoppen met werken op 55 in Nederland 2026? Drie profielen: tweeverdieners, alleenstaande, laatkomer. Met inleg, vermogen en doel.
De vraag waar elke FIRE-aanhanger mee worstelt
55 is voor veel Nederlanders het magische getal. Vroeg genoeg om nog gezond en energiek te zijn. Laat genoeg om realistisch te zijn voor wie geen tonnen erfde of een bedrijf verkocht. Twaalf brugjaren tot AOW. Hard werk in de jaren ervoor, vrijheid in de jaren erna.
Maar haalbaar?
Dat hangt af van je startpositie, je inkomen, en wat je tussen nu en je 55e doet. Niet van vuistregels uit Amerikaanse blogs.
Drie concrete profielen hieronder. Met cijfers die voor 2026 kloppen.
Profiel A: tweeverdieners op 40
Wie: Pieter en Sandra, beide 40. Pieter is software-engineer (€ 65.000 bruto), Sandra projectleider (€ 55.000 bruto). Samen € 120.000 bruto, ongeveer € 78.000 netto per jaar.
Vermogen op 1-1-2026: € 200.000 (60% in een wereldindex bij Vanguard via DEGIRO, 40% spaargeld bij ASN).
Levenswijze: uitgaven samen € 4.000 netto per maand. Spaarquote: € 30.000 per jaar.
Doel: beide stoppen op 55. Behoefte na pensioen ongeveer gelijk aan nu, € 4.000 netto per maand.
Berekening opbouwfase 40-55:
Bij 5% reëel rendement, 15 jaar opbouw met € 30.000 inleg per jaar:
- Vermogen startend op € 200.000 groeit tot: € 200.000 × 1,05^15 = € 415.792
- Inleg jaarlijks groeit tot: € 30.000 × ((1,05^15 − 1) / 0,05) = € 647.351
- Totaal vermogen op 55: € 1.063.143
Brugjaren 55-67 (12 jaar):
Per jaar bruto trekking inclusief box 3: € 60.000 (€ 4.000/maand netto + ~€ 12.000 box 3 op gemiddeld € 800k vermogen).
Contante waarde 12 jaar bij 4% reëel: € 60.000 × 9,385 = € 563.100.
Pensioenfase 67-90:
AOW gehuwd p.p. × 2: € 26.928 bruto/jaar. Werknemerspensioen schatting: Pieter € 1.300 + Sandra € 800 = € 25.200 bruto/jaar samen. Totaal pijler 1+2: € 52.128 bruto = ongeveer € 41.000 netto per jaar. Behoefte: € 48.000 netto. Tekort: € 7.000 netto = € 8.500 bruto per jaar.
Contante waarde 23 jaar bij 4%: € 8.500 × 14,86 = € 126.310. Gediscondeerd naar 55 (12 jaar terug): € 78.840.
Totaal nodig op 55: € 563.100 + € 78.840 = € 641.940.
Pieter en Sandra hebben € 1.063.143. Ruim € 400.000 over.
Conclusie profiel A: kan op 55 stoppen, met grote marge. Kunnen zelfs eerder of meer besteden.
Profiel B: alleenstaande op 40
Wie: Roxanne, 40, marketingmanager. Bruto-inkomen € 65.000, netto ongeveer € 42.000 per jaar.
Vermogen op 1-1-2026: € 100.000 (€ 30.000 spaargeld, € 70.000 belegd).
Levenswijze: uitgaven € 2.500 netto per maand = € 30.000 per jaar. Spaarquote: € 12.000 per jaar (€ 1.000/maand).
Doel: stoppen op 55. Behoefte ongeveer gelijk aan nu, € 2.500 netto per maand.
Berekening opbouwfase 40-55:
15 jaar opbouw bij 5% reëel rendement, € 1.000/maand inleg = € 12.000/jaar:
- Vermogen startend op € 100.000: € 100.000 × 1,05^15 = € 207.893
- Inleg: € 12.000 × ((1,05^15 − 1) / 0,05) = € 258.940
- Totaal vermogen op 55: € 466.833
Brugjaren 55-67 (12 jaar):
Per jaar bruto trekking inclusief box 3: € 35.000 (€ 2.500/maand netto = € 30.000 per jaar bruto + ~€ 5.000 box 3 op gemiddeld € 350k vermogen tijdens fase).
Contante waarde 12 jaar bij 4% reëel: € 35.000 × 9,385 = € 328.475.
Pensioenfase 67-90:
AOW alleenstaand: € 19.651 bruto/jaar. Werknemerspensioen schatting: € 1.000 bruto/maand = € 12.000/jaar. Totaal pijler 1+2: € 31.651 bruto = ongeveer € 26.000 netto per jaar. Behoefte: € 30.000 netto. Tekort: € 4.000 netto = € 4.900 bruto per jaar.
Contante waarde 23 jaar bij 4%: € 4.900 × 14,86 = € 72.814. Gediscondeerd naar 55: € 45.475.
Totaal nodig op 55: € 328.475 + € 45.475 = € 373.950.
Roxanne heeft € 466.833. Tekort: nul, marge ongeveer € 90.000.
Conclusie profiel B: kan op 55 stoppen. Krappe marge, maar haalbaar.
Profiel C: laatkomer op 48
Wie: Hugo, 48, jaren freelance gewerkt zonder pensioenopbouw, sinds drie jaar in loondienst. Bruto-inkomen € 75.000.
Vermogen op 1-1-2026: € 50.000 (alles in een wereldindex sinds drie jaar).
Levenswijze: uitgaven € 3.000 netto per maand. Spaarquote: € 18.000 per jaar.
Doel: stoppen op 55. Behoefte ongeveer gelijk, € 3.000 netto per maand.
Berekening opbouwfase 48-55 (7 jaar):
Bij 5% reëel rendement, € 1.500/maand inleg:
- Vermogen startend op € 50.000: € 50.000 × 1,05^7 = € 70.355
- Inleg: € 18.000 × ((1,05^7 − 1) / 0,05) = € 146.560
- Totaal vermogen op 55: € 216.915
Brugjaren 55-67 (12 jaar):
Per jaar bruto trekking inclusief box 3: € 43.000 (€ 36k netto behoefte + ~€ 7k box 3).
Contante waarde 12 jaar bij 4%: € 43.000 × 9,385 = € 403.555.
Hugo heeft € 216.915. Tekort: € 186.640.
Conclusie profiel C: niet haalbaar op 55 zonder grote aanpassing.
Wat zou Hugo kunnen doen?
Hij kan: doelleeftijd verschuiven naar 60. Bij 12 jaar opbouw in plaats van 7, met dezelfde € 1.500 per maand:
- € 50.000 × 1,05^12 = € 89.768
- € 18.000 × ((1,05^12 − 1) / 0,05) = € 286.546
- Totaal op 60: € 376.314
Brugjaren 60-67 (7 jaar): € 43.000 × 5,99 = € 257.570. Hugo zou dan voldoende hebben. Stoppen op 60 in plaats van 55 maakt het haalbaar.
Of hij kan: behoefte verlagen naar € 2.500 netto/maand en op 56 stoppen.
Of: extra inleg vinden (parttime werken eerder afbouwen, woning verkopen, erfenis benutten).
Wie pas op 48 begint met serieus opbouwen kan zelden op 55 stoppen. Dat is geen tegenslag, het is rekenkunde. De ruimte voor inhaalslag wordt elk jaar kleiner. Wie het wel haalt, deed bijna altijd iets uitzonderlijks: een bedrijfsverkoop, een erfenis, een uitzonderlijk hoge inleg.
De verschillen tussen de drie
Wat profiel A van profiel C onderscheidt is niet motivatie. Het is tijd en startpositie.
Pieter en Sandra hadden op 40 al € 200.000 én een spaarquote van € 30.000 per jaar. Roxanne had op 40 € 100.000 en € 12.000 spaarquote. Hugo had op 48 € 50.000 en € 18.000 spaarquote.
Verschil in eindresultaat:
- Profiel A: € 1.063.000 op 55
- Profiel B: € 467.000 op 55
- Profiel C: € 217.000 op 55
Niet door rendement of belasting. Door tijd en startpositie. Wie op 30 met serieus inleggen begint, geeft zichzelf een paar honderd duizend voorsprong op iemand die op 40 begint.
Voor hoeveel je tussen 28 en 65 kunt opbouwen bij verschillende inleg-niveaus is de pillar-gids beschikbaar.
(De inleg-cijfers in dit artikel gaan uit van consistente jaarlijkse stortingen. In de praktijk schommelen inkomens, lopen vakanties uit, breken auto's. De realistische inleg-pad ligt vaak 10-20% lager dan het gestelde doel. Bouw wat marge in.)
Wat als je op 55 wilt stoppen — concrete aanpak
Vier acties.
Eén: bereken je werkelijke uitgavenpatroon nu (drie maanden bonnetjes verzamelen, optellen, schatting maken voor pensioenfase).
Twee: doe de FIRE-rekensom voor jezelf. Vermogen op 55 + brugjaren tot 67 + tekort daarna. De pillar-gids legt uit hoe.
Drie: stel jezelf de vraag: hoe groot is mijn marge? Een tekort van € 50.000 is overzichtelijk (extra inleg, langer doorwerken, lagere uitgaven). Een tekort van € 200.000 betekent dat je doel onhaalbaar is in zijn huidige vorm.
Vier: pas aan. Doelleeftijd verschuiven, inleg verhogen, behoefte verlagen, of een combinatie. Coast FIRE is een veel gebruikt alternatief voor wie niet helemaal kan stoppen maar wel minder druk wil.
Heb je voor jezelf de berekening al gemaakt? Mail me wat eruit kwam, ook als het tegenviel. Ik verzamel cases om de gemiddelde Nederlandse FIRE-realiteit beter in kaart te brengen.
Wat de tool doet
Mijn VermogensPlanner rekent je drie scenario's uit: stoppen op 55, op 60, op 65. Met box 3, AOW, brugjaren en pensioenfase. Vier vragen, drie getallen. Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of vergelijk eerst hoeveel sparen je nodig hebt om op 50 te stoppen als je nog ambitieuzer bent.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratisZelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.