Box 3 berekenen 2026 — alles wat je moet weten
Het complete box 3-stelsel in 2026: drie forfaits, tarief 36%, tegenbewijsregeling. Plus zeven legale routes om je aanslag te verlagen. Met rekenvoorbeelden.
Wat is box 3 eigenlijk?
Karin, 58, oud-leraar uit Haarlem. Vorig jaar verkocht ze het ouderlijk huis. Erfdeel: € 187.500. Stond op haar spaarrekening bij de Rabobank, omdat ze niet zo van beleggen was en het bedrag voor over zes of zeven jaar als pensioen-aanvulling wilde gebruiken.
Begin februari 2026 kreeg ze haar voorlopige aanslag binnen. Box 3: € 645,84 te betalen.
Karin belde haar accountant. "Ik krijg toch al niets aan rente?"
De accountant had een vervelend antwoord. Box 3 belast geen rente. Box 3 belast je vermogen, ongeacht hoeveel je ermee verdient. In een jaar met 1,8% rente betaal je over een fictief percentage van 1,4%. In een jaar met 0,5% rente betaal je nog steeds over 1,4%. (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)
Karin had het geluk dat ze gespaard had en niet belegd. Had ze hetzelfde bedrag in een wereldindex-fonds staan, dan was haar aanslag € 2.767,77 geweest. Bijna € 2.122 verschil per jaar, alleen door de keuze sparen versus beleggen.
Box 3 is geen belasting op rendement. Het is een belasting op het hebben van vermogen, ongeacht of je er geld mee verdient. In een goed jaar betaal je te weinig. In een slecht jaar betaal je over winst die je niet hebt gemaakt. Dat is geen technisch probleem. Het is een keuze van de wetgever. Daar moet je dus omheen plannen, niet op vertrouwen.
Het hele stelsel is meer dan een rekensom. Het is een fiscale realiteit waar je strategisch mee om moet gaan. Hoe, lees je hieronder.
Het 2026-stelsel: drie forfaits, één tarief
Box 3 in 2026 werkt met drie verschillende fictieve rendementen, naar gelang het type bezit. Daar wordt vervolgens één tarief op losgelaten: 36%.
| Categorie | Fictief rendement 2026 |
|---|---|
| Spaargeld en deposito's | ~1,4% |
| Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto) | 6,00% |
| Schulden | gebaseerd op gemiddelde hypotheekrente |
Het forfait voor banktegoeden wordt elk jaar definitief vastgesteld op basis van de gemiddelde spaarrente in dat kalenderjaar. Voor 2026 zit het richting 1,4%, definitief begin 2027.
Het forfait voor overige bezittingen ligt voor 2026 vast op 6,00%. Dat is iets hoger dan 2025 (5,88%), maar wel veel lager dan een eerder voorgesteld percentage van 7,78%. Politieke discussie heeft het naar beneden gestuurd.
Schulden worden afgetrokken tegen hun eigen forfait, met een drempel: in 2026 € 3.800 per persoon, € 7.600 voor fiscale partners. Onder die drempel telt de schuld niet mee. Daarboven aftrekbaar tegen het hypotheekrente-forfait.
Tarief: 36%. Ongewijzigd ten opzichte van 2025.
Voor box 3 berekenen stap voor stap met rekenvoorbeelden is een diepteslag beschikbaar.
Stap voor stap berekenen
Hoe je je eigen aanslag berekent, in vier stappen.
Stap 1: Bepaal je rendementsgrondslag.
Tel al je bezittingen op (spaargeld, beleggingen, tweede huis, crypto). Trek schulden af die boven de drempel komen. Het bedrag dat overblijft is je rendementsgrondslag.
Stap 2: Pas de heffingsvrije voet toe.
In 2026: € 59.357 per persoon, of € 118.714 voor fiscale partners. Dit is de drempel waaronder geen box 3-belasting verschuldigd is.
Stap 3: Bereken het fictieve voordeel.
Per categorie het forfait toepassen. Sparen × 1,4%, beleggingen × 6%, schulden × hypotheekrente-forfait. Optellen.
Stap 4: Pas de pro-rata vrijstelling toe en pas tarief toe.
Dit is de stap die mensen vaak fout doen. Je trekt niet zomaar de vrijstelling van het bedrag af; je past hem pro-rata toe.
Concreet: stel je hebt € 200.000 totaal vermogen, helemaal in beleggingen.
- Berekend voordeel: € 200.000 × 6% = € 12.000
- Aandeel belast (boven vrijstelling): (€ 200.000 – € 59.357) / € 200.000 = 70,32%
- Belastbaar voordeel: € 12.000 × 70,32% = € 8.438,40
- Belasting: € 8.438,40 × 36% = € 3.037,82
Voor wie alleen spaargeld heeft, vervang 6% door 1,4% in stap 3.
De tegenbewijsregeling: wanneer loont het
Sinds zomer 2025 bestaat een tegenbewijsregeling. Als je werkelijk rendement aantoonbaar lager was dan het forfaitaire fictieve rendement, mag je over het werkelijke betalen in plaats van over het forfaitaire.
Klinkt mooi. In de praktijk loont het zelden voor wie belegt in een normaal jaar.
Een voorbeeld. Joost (51) heeft € 187.500 in een wereldindex-fonds. In 2026 was het rendement op MSCI World 11% nominaal. Werkelijk rendement: € 20.625.
Forfaitair zou Joost € 2.767,77 betalen (zoals Karin's hypothetische geval). Werkelijk rendement zou hem € 7.425 kosten (€ 20.625 × 36%, simpel gerekend). Forfaitair is dus drastisch voordeliger. Geen tegenbewijs.
Wanneer wél? Drie scenario's.
Een jaar met negatief rendement. Beurs daalt 20%, je rendement is min € 37.500. Tegenbewijs: € 0 belasting (over een verlies betaal je niet). Forfaitair: gewoon € 2.767,77.
Heel veel cash met lage rente. Vermogen € 500.000 cash, jaarrente 0,5%. Werkelijk rendement: € 2.500. Forfaitair: 1,4% × € 440.643 (na vrijstelling) = € 6.169 fictief, € 2.221 belasting. Werkelijke belasting via tegenbewijs: € 2.500 × 36% × 88,13% (pro-rata) = € 793. Tegenbewijs voordelig.
Vastgoed met laag huurrendement. Tweede woning waar je amper iets aan verdient. Tegenbewijs kan dan voordelig zijn.
(De Hoge Raad floot het oude stelsel in 2021 al terug. Sindsdien is er een lappendeken van overgangsregelingen en compensatieformulieren. Voor 2017-2024 kun je via Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) je werkelijke rendement opgeven. Maar alleen als dat lager was dan het forfaitaire. Voor beleggers in 2017-2021 was dat zelden het geval, dus de meeste OWR-aanvragen leveren niets op of zelfs een naheffing. Reken dus eerst, dien daarna in.)
Voor een dieper analyse van werkelijk rendement vs forfaitair is een aparte gids beschikbaar.
Wat verandert er in 2028 (of toch niet)
De wet werkelijk rendement box 3 staat ingepland voor 1 januari 2028. Vanaf die datum zou het forfaitaire stelsel verdwijnen en worden vervangen door belasting op echt rendement: dividenden bij ontvangst, koerswinsten bij verkoop, ongerealiseerde koerswinsten ook jaarlijks belast.
Voor spaarders relatief gunstig: ze betalen alleen nog over hun werkelijke rente.
Voor beleggers ingewikkeld: koerswinsten op beleggingen die je niet hebt verkocht worden alsnog belast. Bij een goed beursjaar dus belasting over papieren winst.
Voor crypto-houders complex: prijsschommelingen leiden tot jaarlijkse belastbare gebeurtenissen, ook zonder verkoop.
Ik heb de overgang naar 2028 hierboven als gegeven gepresenteerd. Even precies: het wetsvoorstel ligt er, maar moet nog door de Eerste Kamer en de Belastingdienst moet het uitvoerbaar achten. Het stelsel is sinds 2017 al meerdere keren uitgesteld. Eerst 2025, toen 2027, nu 2028. Ik ga er pas vanuit als de wet in het Staatsblad staat. Tot die tijd: forfait blijft regel, tegenbewijs blijft uitzondering.
Zeven legale routes om je box 3 te verlagen
Er zijn ten minste zeven manieren waarop je je box 3-aanslag legaal kunt verlagen. Niet alle gelden voor iedereen, en sommige hebben significante bijgevolgen voor andere fiscale boxen. Maar het is goed om ze te kennen.
1. Benut beide vrijstellingen bij fiscaal partnerschap. Vermogen boven € 59.357 bij de ene partner kun je administratief deels overhevelen naar de andere, zolang die nog vrijstellingsruimte heeft. Effectieve vrijstelling samen: € 118.714.
2. Stort in lijfrente of pensioen (pijler 3). Geld in een lijfrente of bankspaarrekening valt niet onder box 3. De inleg is bovendien aftrekbaar in box 1, mits je binnen je jaarruimte blijft. Dubbel voordeel.
3. Los extra af op je hypotheek. De eigen woning valt in box 1 (eigenwoningforfait), niet in box 3. Aflossen verlaagt je box 3-grondslag én verlaagt je maandlasten.
4. Schuld boven drempel inboeken. Schulden van bijvoorbeeld een doorlopend krediet of een persoonlijke lening, mits boven € 3.800 per persoon, verlagen je grondslag. Niet doen om de box 3 te verlagen, wel als je toch al een schuld hebt: zorg dat ze meegenomen wordt in de aangifte.
5. Vermogen in een BV onderbrengen (alleen voor DGA). Geld in een BV valt in box 2 in plaats van box 3. Geen jaarlijkse heffing op het vermogen zelf, wel VPB over de winst. Voor DGA's met vermogen boven € 200.000 vaak voordeliger.
6. Schenken aan kinderen. Per jaar mag je belastingvrij € 6.713 (2026) per kind schenken. Voor wie boven de vrijstelling zit, verlaagt elke schenking je box 3-grondslag direct.
7. Vrijstelling groene beleggingen benutten (zolang het kan). Tot 2028 is er een vrijstelling van € 26.715 per persoon voor groene beleggingen via erkende fondsen. Per 2028 wordt deze afgeschaft, dus dit jaar of volgend jaar nog kans om dit te benutten.
Voor vermogensbelasting verlagen met zeven legale routes uitgewerkt is een diepere gids beschikbaar.
Heb jij in 2025 al een tegenbewijsverzoek ingediend, of overweeg je het voor 2026? Mail me het verschil tussen je werkelijke en forfaitaire rendement. Ik wil zien voor welk type belegger het werkelijk loont.
De vrijstelling van € 59.357: wat zit erin, wat valt erbuiten
De vrijstelling klinkt als één bedrag, maar bestaat in werkelijkheid uit een hoofdvrijstelling plus twee specifieke vrijstellingen.
Hoofdvrijstelling: € 59.357 per persoon (2026).
Dit is het algemene heffingsvrij vermogen. Voor fiscale partners samen € 118.714, vrij verdeelbaar over de aangifte.
Vrijstelling groene beleggingen: € 26.715 per persoon.
Aanvullend op de hoofdvrijstelling. Geldt voor beleggingen via erkende groenfondsen. Wordt per 2028 afgeschaft.
Vrijstelling contant geld: € 672 per persoon (€ 1.344 fiscale partners).
Geldt voor cash dat je thuis hebt liggen. Praktisch beperkt nut, maar wel een vrijstelling.
Wat valt buiten box 3?
- Eigen woning (valt in box 1, niet box 3)
- Pensioenpot via werkgever (pijler 2)
- Lijfrente, banksparen, FOR
- Onderneming (valt in box 1 of 2 afhankelijk van structuur)
- Vermogen in BV (valt in box 2)
Voor wat precies onder de vrijstelling valt is een aparte gids in de maak.
Vier rekenfouten die mensen maken
Fout 1: vrijstelling rechtstreeks van vermogen aftrekken in plaats van pro-rata.
Veel mensen rekenen: vermogen − vrijstelling = belast deel. Dat klopt voor het bepalen van of je belasting betaalt, maar niet voor de berekening. De Belastingdienst rekent pro-rata over het berekende voordeel. Dat geeft een hoger eindbedrag dan de simpele methode.
Fout 2: schulden onder drempel meetellen.
Schulden onder € 3.800 per persoon tellen niet mee in box 3. Wie zijn doorlopend krediet van € 2.500 in de aangifte stopt, krijgt een correctie. Eerst checken of je boven of onder de drempel zit.
Fout 3: aannemen dat tegenbewijs altijd voordelig is.
Voor wie belegt in een gemiddeld of goed beursjaar is tegenbewijs zelden voordelig. Reken eerst, dien daarna in. Te veel mensen vragen het OWR-formulier aan zonder berekening, en krijgen een naheffing.
Fout 4: forfait beleggingen toepassen op spaargeld.
Soms zien mensen op hun aangifte het forfait van 6% en denken: dat is mijn tarief. Dat klopt alleen voor beleggingen. Spaargeld valt onder een lager forfait. Wie zijn spaargeld bij beleggingen indeelt, betaalt te veel.
Drie complete cases
Case 1, sparen. Karin, 58, alleenstaand.
Vermogen: € 187.500, allemaal spaargeld. Vrijstelling: € 59.357.
- Berekend voordeel: € 187.500 × 1,4% = € 2.625
- Aandeel boven vrijstelling: (€ 187.500 – € 59.357) / € 187.500 = 68,34%
- Belastbaar voordeel: € 2.625 × 68,34% = € 1.794
- Aanslag: € 645,84
Werkelijk rendement: 1,8% rente bij Rabobank = € 3.375. Forfaitair valt lager uit dan werkelijk dus hier geen tegenbewijs. Sterker: forfaitair is gunstig in dit jaar.
Case 2, beleggen. Joost, 51, alleenstaand.
Vermogen: € 187.500, allemaal in een wereldindex-fonds via Vanguard.
- Berekend voordeel: € 187.500 × 6% = € 11.250
- Aandeel boven vrijstelling: 68,34%
- Belastbaar voordeel: € 11.250 × 68,34% = € 7.689
- Aanslag: € 2.768
Werkelijk rendement in 2026: 11% nominaal = € 20.625. Forfaitair voordeliger dan werkelijk. Geen tegenbewijs.
Case 3, gemengd. Familie Visser, fiscale partners.
Samen vermogen: € 400.000. Verdeling: € 200.000 spaargeld, € 200.000 belegd. Vrijstelling samen: € 118.714.
- Berekend voordeel sparen: € 200.000 × 1,4% = € 2.800
- Berekend voordeel beleggen: € 200.000 × 6% = € 12.000
- Totaal berekend voordeel: € 14.800
- Aandeel boven vrijstelling: (€ 400.000 – € 118.714) / € 400.000 = 70,32%
- Belastbaar voordeel: € 14.800 × 70,32% = € 10.408
- Aanslag: € 3.747
Werkelijk rendement: spaargeld 1,8% + beleggingen 4% = € 11.600. Forfaitair (€ 14.800 fictief) hoger dan werkelijk (€ 11.600). Tegenbewijs zou hier theoretisch wat opleveren, maar het verschil is klein. Reken het uit voor je het indient.
Conclusie van de drie cases: tegenbewijs loont vooral voor zware beleggers in slechte jaren, of voor wie veel cash heeft tegen lage rente. Voor de meeste lezers in een gewoon jaar: forfait accepteren en plannen rond de drempels.
Wat je nu kunt doen voor de aangifte 2026
Vier acties voor deze maand.
Eén: kijk waar je vermogen staat per peildatum 1 januari 2026. Spaargeld, beleggingen, eventueel tweede huis, crypto. Plus eventuele schulden boven drempel.
Twee: bereken je box 3-aanslag forfaitair via de stappen in dit artikel. Of gebruik de tool van de Belastingdienst, of Mijn VermogensPlanner.
Drie: bereken je werkelijke rendement over 2026. Bij beleggen kun je dat opvragen bij je broker; bij spaargeld bij je bank. Kijk of werkelijk rendement lager was dan forfaitair fictief.
Vier: alleen als werkelijk lager was, dien dan een tegenbewijsverzoek in via OWR. Anders: gewoon forfaitair betalen, en focus op het verlagen van je grondslag voor 2027 via een van de zeven routes hierboven.
Bereken je werkelijke aanslag voor 2026 met Mijn VermogensPlanner. De tool toont forfaitair en tegenbewijs naast elkaar, plus een doorrekening tot 2030 voor zowel het scenario dat werkelijk rendement wel als niet doorgaat. Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of vergelijk hoe FIRE en box 3 elkaar specifiek beïnvloeden als je vroegpensioen plant.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is jouw plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratis →Zelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.