BlogBox 3 berekenen 2026: stap voor stap (met rekenvoorbeeld)

    Algemeen

    Box 3 berekenen 2026: stap voor stap (met rekenvoorbeeld)

    Bereken je box 3-aanslag voor 2026 in 5 stappen. Met de juiste pro-rata-methode en concrete rekenvoorbeelden voor sparen, beleggen en mix.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp

    De aanslag die meer dan de helft van Nederland fout doet

    Joris, 49, IT-consultant uit Eindhoven, kreeg in maart 2026 zijn voorlopige aanslag binnen. Box 3: € 4.156. Hij vond het hoog en pakte een bierviltje om het na te rekenen.

    Vermogen op 1-1-2026: € 250.000. Vrijstelling: € 59.357. Belastbaar (zo dacht hij): € 190.643. Forfait beleggingen 6%: € 11.439. Tarief 36%: € 4.118.

    Een paar tientjes onder wat de Belastingdienst rekende. Hij dacht dat hij correct had gerekend.

    Hij had het verkeerd gedaan.

    De Belastingdienst rekent niet "vermogen min vrijstelling, dan forfait". Ze rekenen "forfait, dan pro-rata vrijstelling". Het verschil leek klein bij Joris. Bij grotere vermogens of meerdere typen bezit kan het oplopen tot honderden euro's per jaar.

    (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)

    Dit artikel laat zien hoe je het wel goed doet, in vijf stappen.


    De vijf stappen

    Stap 1: bepaal je rendementsgrondslag

    Tel op 1 januari 2026 al je bezittingen op. In Nederland gelden de waarden op die peildatum als basis voor het hele kalenderjaar.

    Wat hoort erbij:

    • Spaargeld op alle Nederlandse bankrekeningen
    • Beleggingen (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETFs)
    • Tweede woning (WOZ-waarde)
    • Crypto (waarde per 1-1-2026)
    • Contante geld boven € 672 per persoon

    Wat niet:

    • Eigen woning (valt in box 1, niet in box 3)
    • Beleggingen in BV (valt in box 2)
    • Auto, inboedel, normale gebruiksvoorwerpen
    • Pensioenpot via werkgever
    • Lijfrente, banksparen, FOR

    Voor schulden: tel op (consumptief krediet, persoonlijke leningen). Trek af alleen wat boven de drempel komt: € 3.800 per persoon, € 7.600 voor fiscale partners.


    Stap 2: bepaal de heffingsvrije voet

    In 2026:

    • Alleenstaand: € 59.357
    • Fiscale partners: € 118.714 samen, vrij verdeelbaar over de aangifte

    Plus eventuele aanvullende vrijstellingen:

    • Groene beleggingen via erkende fondsen: € 26.715 per persoon (laatste jaren, vervalt per 2028)
    • Contant geld thuis: € 672 per persoon

    Stap 3: bereken het fictieve voordeel per categorie

    Per type bezit een ander forfait toepassen.

    Categorie Forfait 2026
    Spaargeld en deposito's ~1,4%
    Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto) 6,00%
    Schulden (boven drempel) gemiddelde hypotheekrente

    Concreet:

    • Spaargeld € 100.000 × 1,4% = € 1.400
    • Beleggingen € 200.000 × 6% = € 12.000
    • Totaal berekend voordeel: € 13.400

    Stap 4: pas pro-rata vrijstelling toe

    Hier zit de fout die Joris maakte. Je trekt de vrijstelling NIET rechtstreeks van de grondslag af. Je past hem pro-rata toe op het berekende voordeel.

    De juiste methode:

    Aandeel boven vrijstelling = (totale grondslag − vrijstelling) / totale grondslag
    Belastbaar voordeel = berekend voordeel × aandeel boven vrijstelling
    

    Voor Joris met € 250.000 belegd:

    • Aandeel boven vrijstelling: (€ 250.000 − € 59.357) / € 250.000 = 76,26%
    • Berekend voordeel beleggen: € 250.000 × 6% = € 15.000
    • Belastbaar voordeel: € 15.000 × 76,26% = € 11.439

    Stap 5: pas het tarief toe

    Belastbaar voordeel × 36% = belasting.

    Voor Joris: € 11.439 × 36% = € 4.118.


    Drie complete rekenvoorbeelden

    Voorbeeld 1: alles spaargeld (alleenstaand)

    Vermogen: € 100.000 spaargeld. Vrijstelling € 59.357.

    • Berekend voordeel: € 100.000 × 1,4% = € 1.400
    • Aandeel boven vrijstelling: (€ 100.000 − € 59.357) / € 100.000 = 40,64%
    • Belastbaar voordeel: € 1.400 × 40,64% = € 569
    • Belasting: € 569 × 36% = € 205

    Voorbeeld 2: alles beleggen (alleenstaand)

    Vermogen: € 200.000 in een wereldindex. Vrijstelling € 59.357.

    • Berekend voordeel: € 200.000 × 6% = € 12.000
    • Aandeel boven vrijstelling: (€ 200.000 − € 59.357) / € 200.000 = 70,32%
    • Belastbaar voordeel: € 12.000 × 70,32% = € 8.438
    • Belasting: € 8.438 × 36% = € 3.038

    Voorbeeld 3: gemengd, fiscale partners

    Vermogen samen: € 500.000 (€ 200.000 sparen, € 300.000 beleggen). Vrijstelling samen € 118.714.

    • Berekend voordeel sparen: € 200.000 × 1,4% = € 2.800
    • Berekend voordeel beleggen: € 300.000 × 6% = € 18.000
    • Totaal berekend voordeel: € 20.800
    • Aandeel boven vrijstelling: (€ 500.000 − € 118.714) / € 500.000 = 76,26%
    • Belastbaar voordeel: € 20.800 × 76,26% = € 15.862
    • Belasting: € 15.862 × 36% = € 5.710

    De vier valkuilen

    Valkuil 1: vrijstelling rechtstreeks aftrekken.

    De fout van Joris. "Vermogen min vrijstelling, dan tarief". Klopt niet. Pro-rata.

    Valkuil 2: spaargeld bij beleggingen tellen.

    Sommige tools (en mensen) gooien alles op één hoop tegen één forfait. Voor 2026 is sparen 1,4% en beleggen 6%. Verschil bij € 100.000: € 4.600 fictief verschil = € 1.656 belastingverschil. Belangrijk om de splitsing goed te doen.

    Valkuil 3: schuldendrempel vergeten.

    Bij € 5.000 doorlopend krediet trekken sommige mensen de volle € 5.000 af. Voor alleenstaanden mag alleen het bedrag boven € 3.800 worden afgetrokken: dus € 1.200. Voor fiscale partners alleen boven € 7.600 samen.

    Valkuil 4: tegenbewijs niet rekenen waar het loont.

    Bij negatief jaarrendement of laag werkelijk rendement op spaargeld kan tegenbewijs voordelig zijn. Voor wanneer tegenbewijs loont is een aparte gids beschikbaar.

    Een vuistregel die ik gebruik: voor wie meer dan 70% in beleggingen zit en in een gemiddeld jaar zit (rendement 5-8%), is forfait altijd voordeliger dan tegenbewijs. Voor wie meer dan 70% spaargeld heeft of een jaar met negatief rendement: reken het uit.


    Wat als je vermogen verandert tijdens het jaar?

    Je box 3-aanslag wordt berekend over je vermogen op 1 januari. Wat er daarna gebeurt — kopen, verkopen, schenken — telt pas mee voor het volgende belastingjaar.

    Praktisch betekent dit:

    • Schenkingen in december verlagen je grondslag voor het volgende jaar
    • Erfenissen in januari worden volgend jaar belast
    • Bedrijfsverkoop in juli telt vanaf de volgende 1 januari

    (Voor wie schenkingen aan kinderen overweegt om box 3 te verlagen: jaarlijkse vrijstelling per kind in 2026 is € 6.713. Voor schenken aan kinderen 2026 met de fiscale optimalisatie is een aparte gids beschikbaar.)


    Heb jij je aanslag al gecheckt?

    Heb jij je voorlopige aanslag 2026 al gecontroleerd met de stappen hierboven? Mail me als de Belastingdienst er meer dan 5% naast zat. Ik verzamel cases om te kijken hoe vaak voorlopige aanslagen afwijken van werkelijke berekening.


    Wat de tool doet

    Mijn VermogensPlanner berekent je box 3-aanslag voor 2026 met de pro-rata-methode. Je vult vermogen per categorie in, de tool toont forfaitair en (waar relevant) tegenbewijs naast elkaar. Stap 1 tot 3 zijn gratis.

    Of ga naar de pillar-gids voor box 3 in 2026 voor het volledige overzicht. En vergelijk werkelijk rendement vs forfaitair als je twijfelt over tegenbewijs.

    Gratis tool

    Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?

    Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.

    Doe de pensioenstresstest gratis

    Zelf berekenen?

    Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp
    Serge van der Pluijm

    Geschreven door Serge van der Pluijm

    Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.

    Meer artikelen

    Algemeen

    FIRE en box 3: het echte effect op je trekking

    25 augustus 2026 · 6 min
    Algemeen

    De geavanceerde modus: voor wie standaard vermogensplanning niet voldoet

    21 augustus 2026 · 8 min

    © 2026 Mijn VermogensPlanner