BlogBox 3 werkelijk rendement vs forfaitair — wat levert meer op?

    Algemeen

    Box 3 werkelijk rendement vs forfaitair — wat levert meer op?

    Wanneer is de tegenbewijsregeling voordelig in box 3? Met rekenvoorbeelden voor sparen, beleggen en negatieve jaren. Wat je moet aantonen.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp

    De regeling waar bijna iedereen van weet maar weinigen gebruiken

    In de zomer van 2025 introduceerde de Belastingdienst de tegenbewijsregeling. Wie kon aantonen dat zijn werkelijke rendement in een bepaald belastingjaar lager was dan het forfaitaire fictieve rendement, mocht over het werkelijke betalen.

    Klinkt als een grote toegift aan de burger. In de praktijk is het complex en lonend voor maar een specifieke groep.

    Helga, 56, gepensioneerd, vermogen € 320.000 voornamelijk spaargeld. Toen ze hoorde van de regeling probeerde ze in september 2025 een tegenbewijsverzoek te doen voor 2024. Werk: drie weken. Gewonnen: € 1.847.

    Ze deed het. Voor het jaar erop ook. (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)

    Maar voor de meeste lezers van dit artikel werkt het anders. Lees waarom.


    Hoe de regeling werkt

    In hoofdlijnen drie stappen.

    Stap 1: bereken je werkelijke rendement over het jaar.

    • Op spaargeld: rente die je werkelijk hebt ontvangen, opgeteld over alle rekeningen.
    • Op beleggingen: dividenden ontvangen + koerswinst gerealiseerd bij verkoop − koersverlies bij verkoop.
    • Op vastgoed: huurinkomsten + waardestijging WOZ.
    • Op crypto: gerealiseerde winst bij verkoop, marktstijging op je positie.

    Belangrijk: voor beleggingen is het werkelijke rendement de gerealiseerde winst plus de niet-gerealiseerde waardestijging op je portfolio. Niet alleen de dividenden.

    Stap 2: vergelijk met het forfaitaire rendement.

    Het forfaitaire fictieve rendement uit de standaard-berekening (zie box 3 berekenen 2026 stap voor stap).

    Stap 3: kies de laagste.

    Als werkelijk rendement lager is: dien een tegenbewijsverzoek in via Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Als forfaitair lager is: laat het zo, geen actie nodig.


    Wanneer loont tegenbewijs (drie scenario's)

    Scenario 1: jaar met negatief beleggingsrendement

    In 2022 daalde de wereldindex met circa 18% nominaal. Voor wie volledig in een wereldindex zat en geen verkopen deed, was het werkelijke rendement diep negatief.

    Voorbeeld: vermogen € 500.000, alles in een wereldindex. Daling 18%: werkelijk rendement -€ 90.000.

    Forfaitair fictief 2022 (op toenmalig forfait): ongeveer € 28.000 fictief inkomen, € 8.700 belasting. Werkelijk rendement: 0 belasting (over verlies betaal je niet).

    Verschil: € 8.700 belasting. Dik tegenbewijs.

    In 2026 is een vergelijkbare daling theoretisch mogelijk. Bij elke 25%+-daling op een groot belegd vermogen is tegenbewijs aantrekkelijk.

    Scenario 2: veel cash met lage rente

    Helga's situatie. Vermogen € 320.000, allemaal spaargeld bij Rabobank en SNS. Gemiddelde rente 2025: 1,2%. Werkelijk rendement: € 3.840.

    Forfaitair (forfait spaargeld 2025: ~1,03%): € 3.296 fictief, na pro-rata vrijstelling € 2.236, belasting € 805.

    Werkelijk: € 3.840 × 36% × pro-rata = ongeveer € 940.

    Hier is het forfait lager. Geen tegenbewijs nodig.

    Maar als Helga's rente was 0,3% in plaats van 1,2%: werkelijk rendement € 960. Belasting werkelijk: € 235. Forfaitair: € 805. Verschil € 570. Tegenbewijs voordelig.

    Voor wie zijn cash op een lage-rente-rekening heeft staan (sommige basisrekeningen geven 0,1-0,5%): tegenbewijs vaak voordelig.

    Scenario 3: vastgoed met laag huurrendement

    Tweede woning met WOZ van € 350.000 die je voor € 850/maand verhuurt. Bruto huurinkomsten € 10.200/jaar. Onderhoudskosten € 2.500. Werkelijk netto-rendement: € 7.700, ongeveer 2,2% van WOZ.

    Forfaitair: € 350.000 × 6% = € 21.000 fictief, na pro-rata vrijstelling ~€ 16.000 belastbaar, belasting € 5.760. Werkelijk: € 7.700 × 36% × pro-rata = ongeveer € 2.000.

    Verschil € 3.760. Tegenbewijs sterk voordelig.

    Voor wat je moet weten over een tweede woning in box 3 is de pillar-gids beschikbaar.


    Wanneer loont tegenbewijs niet (drie scenario's)

    Scenario 1: gemiddeld of goed jaar met beleggingen

    Wie € 200.000 belegd heeft en in 2026 een rendement van 8% haalt (€ 16.000), zit ver boven het forfaitaire rendement van 6% (€ 12.000). Forfaitair is goedkoper, geen tegenbewijs.

    Voor de meeste lezers in een gewoon beursjaar geldt dit. Tegenbewijs is voor uitzonderingen, niet voor de meerderheid.

    Scenario 2: spaargeld met normale rente

    Bij rente boven 1,5% op spaargeld (zoals bij sommige spaarbanken in 2025-2026) is werkelijk rendement vaak hoger dan forfaitair. Geen tegenbewijs.

    Scenario 3: gemengd vermogen met goede beursprestaties

    Bij gemengd vermogen waar beide categorieën een redelijk rendement haalden, is forfaitair vrijwel altijd voordeliger.


    Hoe je tegenbewijs aantoont

    Drie soorten bewijs.

    Spaargeld: jaaroverzicht van je bank met rente per rekening. Belastingdienst accepteert dit standaard.

    Beleggingen: jaaroverzicht van je broker met:

    • Beginstand 1-1
    • Eindstand 31-12
    • Dividenden ontvangen
    • Verkopen met winst/verlies gerealiseerd

    Voor de meeste brokers (DEGIRO, Saxo, Bux Zero, etc.) staat dit op de jaaroverzicht. Voor sommige is een aparte handmatige berekening nodig.

    Vastgoed: huurcontract, huurinkomsten op bankafschriften, onderhoudskosten met facturen.

    Voor wie tegenbewijs serieus overweegt: bewaar bewijslast. Bij een tegenbewijsverzoek kan de Belastingdienst om documentatie vragen. Bewaar minimaal 5 jaar terug op orde.


    Compensatie voor eerdere jaren (2017-2024)

    Apart van de jaarlijkse tegenbewijsregeling is er een compensatieregeling voor de oude jaren.

    De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat het oude box 3-stelsel onrechtmatig was voor mensen wier werkelijke rendement lager was dan het fictieve. Voor de jaren 2017-2024 kun je via OWR de werkelijke rendementen opgeven en (deels) compensatie krijgen.

    Wanneer is dit zinvol?

    • Spaargeld in 2017-2021 (toen de rente bijna nul was, maar het forfait soms 4-5% bedroeg)
    • Beleggingen in 2018 (slecht jaar voor de markt)
    • Beleggingen in 2022 (zeer slecht jaar)

    Wanneer niet?

    • Beleggingen in 2017, 2019, 2020, 2021, 2023, 2024 (allemaal goede jaren waarin werkelijk rendement het forfait oversteeg)

    Voor de meeste beleggers tussen 2017-2024 is OWR over het geheel niet voordelig. Maar wie er specifiek in slechte jaren in zat (en in goede jaren niet) kan voordeel halen. Reken het per jaar uit voordat je een aanvraag doet.


    Wat verandert er in 2028 (of mogelijk niet)

    Vanaf 2028 staat een wettelijke overgang naar volledig werkelijk rendement gepland. De forfaitaire methode zou dan vervallen.

    Onder dat nieuwe stelsel:

    • Belasting over werkelijke ontvangen rente, dividend, huurinkomsten
    • Belasting over koerswinsten bij verkoop
    • Belasting over ongerealiseerde koerswinsten ook jaarlijks (de meest controversiële wijziging)

    Voor spaarders: voordeel. Voor beleggers in stijgende markten: nadeel (jaarlijks belasting over papieren winst). Voor beleggers in dalende markten: zelfs voordeel (over verlies betaal je niet, kan zelfs aftrekken).

    Ik heb hierboven aangegeven dat 2028 staat gepland. Even precies: het wetsvoorstel is er, maar moet nog door de Eerste Kamer en de Belastingdienst moet het uitvoerbaar achten. Eerder werd 2025, 2027 gepland. We zijn al meerdere keren uitgesteld. Ik geloof het pas als de wet in het Staatsblad staat.


    Tot slot

    Heb jij voor 2025 al een tegenbewijsverzoek gedaan, of overweeg je het voor 2026? Mail me het verschil tussen je werkelijke en forfaitaire rendement. Ik wil zien voor welke type belegger of spaarder het echt loont.

    Voor wie zelf wil rekenen: Mijn VermogensPlanner toont forfaitair en tegenbewijs naast elkaar. Vier vragen, twee getallen, één keuze. Stap 1 tot 3 zijn gratis.

    Of bereken je box 3 stap voor stap als je nog onzeker bent over de basis.

    Gratis tool

    Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?

    Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.

    Doe de pensioenstresstest gratis

    Zelf berekenen?

    Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp
    Serge van der Pluijm

    Geschreven door Serge van der Pluijm

    Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.

    Meer artikelen

    Algemeen

    FIRE en box 3: het echte effect op je trekking

    25 augustus 2026 · 6 min
    Algemeen

    De geavanceerde modus: voor wie standaard vermogensplanning niet voldoet

    21 augustus 2026 · 8 min

    © 2026 Mijn VermogensPlanner