BlogVermogensplanner gebruiken — zo haal je er het meeste uit

    Algemeen

    Vermogensplanner gebruiken — zo haal je er het meeste uit

    Hoe gebruik je Mijn VermogensPlanner stap voor stap? Wat heb je nodig, hoe interpreteer je de uitkomst, en hoe werk je het bij.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp

    In één avond weet je waar je staat

    De meeste mensen schuiven hun pensioenplan voor zich uit omdat ze denken dat het ingewikkeld is. Een vermogensplanner is geen complexiteit. Het is een vragenlijst, gevolgd door een berekening, gevolgd door een grafiek.

    In een avond, laat ik zeggen in 45 minuten, weet je waar je staat. Niet als gevoel. Als getal.

    Dit artikel laat zien hoe je dat doet, voor wie het nog nooit heeft gedaan. Specifiek voor Mijn VermogensPlanner, maar de stappen werken voor de meeste tools.


    Wat heb je nodig?

    Voordat je begint, drie dingen klaarleggen.

    Eén: je laatste loonstrook of jaaropgave.

    Je bruto-inkomen, je pensioenbijdrage, je werkgever's pensioenfonds. Eventueel de Factor A van je UPO als je die wilt invullen voor jaarruimte-berekening.

    Twee: een overzicht van je vermogen op 1 januari.

    Spaarrekening, beleggingen, eigen huis (WOZ-waarde + hypotheek-restschuld), eventueel BV-vermogen, lijfrentes. Voor 1-1-2026 zijn de cijfers het meest relevant in 2026.

    Drie: een schatting van je gewenste pensioeninkomen.

    Niet de 70%-regel. Reken eerder met je werkelijke uitgavenpatroon op pensioenleeftijd, gecorrigeerd voor wat wegvalt en erbij komt. Voor hoeveel pensioen je echt nodig hebt op 67 is een aparte gids beschikbaar.

    (Wie de drie dingen niet bij de hand heeft, kan ook beginnen met schattingen. De tool werkt ook met benadering. Maar de uitkomst wordt preciezer naarmate je input preciezer is.)


    De vier vragen die je beantwoordt

    Mijn VermogensPlanner werkt met vier hoofdvragen, op basis waarvan de berekening wordt gemaakt.

    Vraag 1: hoe oud ben je en wanneer wil je stoppen?

    Geboortejaar en gewenste stopleeftijd. Voor wie tot AOW wil werken: 67 invullen. Voor wie eerder wil: 55, 60, 62 (de meest voorkomende doelen).

    Vraag 2: wat is je huidige inkomen en je vermogen?

    Bruto-inkomen per jaar. Werkgeverpensioen-prognose op 67 (te vinden op mijnpensioenoverzicht.nl). Vermogen op 1-1-2026 (sparen + beleggen, eventueel afzonderlijk).

    Vraag 3: hoeveel kun je per maand inleggen?

    Spaarquote omgerekend naar maandbedrag. Voor de meeste mensen tussen € 200 en € 1.500 per maand. Beginners die nog niets sparen: vul € 0 in en kijk wat eruit komt.

    Vraag 4: wat is je gewenste pensioeninkomen?

    Netto per maand op pensioendatum. Werkelijke behoefte op basis van eigen inschatting (zie sectie hierboven).


    Wat de tool je laat zien

    Na het invullen krijg je drie soorten output.

    Output 1: een vermogenscurve.

    Een grafiek die je vermogen toont van nu tot je doelleeftijd, en daarna de geleidelijke afbouw tijdens pensioenfase. Bij voldoende vermogen blijft de curve dalend maar positief tot je 90e. Bij onvoldoende vermogen raakt de curve nul ergens tussen je 75e en 85e.

    Output 2: een drie-pijler-plaatje.

    Hoeveel je vanuit AOW krijgt, hoeveel uit werknemerspensioen, hoeveel uit eigen aanvulling. Per jaar, op pensioenleeftijd, in koopkracht van vandaag.

    Output 3: een aanbevolen actie.

    Concreet advies: meer inleggen (en hoeveel), eerder stoppen niet realistisch, doelleeftijd verschuiven, etc. Met getallen die kloppen voor jouw situatie.


    Wat je niet moet doen

    Niet de eerste uitkomst voor waarheid aannemen.

    Stel je hebt ingevuld: "ik haal 7% reëel rendement". Je krijgt een prachtige uitkomst. Realistisch? Voor de meeste 50/50 portefeuilles is 5% reëel beter, en voor wie deels in cash zit zelfs 3-4%. Probeer ook scenario's met lagere rendementen.

    Niet doen alsof aannames hard cijfers zijn.

    Pensioenfondsen indexeren niet altijd. Inflatie is niet altijd 2,5%. AOW kan worden gekort of verhoogd. Werkgeverspensioen kan tegenvallen door slechte beursjaren vlak voor je pensioendatum. Een tool toont een centrale verwachting; de werkelijkheid is een spreiding.

    Niet vergeten om te updaten.

    Je situatie verandert: salaris, vermogen, doelen. Werk de tool elk jaar bij. Eens per jaar 30 minuten = constante actuele inzicht.

    Ik werk zelf in de tool één keer per jaar mijn cijfers bij, in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw. Het is een rustige week, ik heb tijd, en ik heb meteen alle jaarcijfers (jaaropgave, vermogen per 1-1) bij de hand. Aanrader voor wie het ook eens wil proberen.


    Het verschil tussen tool en spreadsheet

    Veel mensen werken met een Excel-bestand voor hun pensioenplan. Vraag is: wat doet een tool wat Excel niet doet?

    Drie dingen.

    Eén: Nederlandse fiscaliteit ingebakken.

    Box 3-aanslag, AOW-regels, pensioenpijler 2-mechanieken zijn vooraf in de tool zitten. In Excel moet je dit zelf programmeren. Wat veel mensen niet doen of fout doen.

    Twee: Monte Carlo-simulatie.

    Een goede tool simuleert niet één scenario maar 100-1000 verschillende mogelijke beursverlopen. Hij toont je niet alleen "je hebt € 800.000 nodig" maar "in 87% van de scenario's volstaat € 800.000". Excel kan dit, maar de meeste mensen bouwen alleen het basisscenario.

    Drie: visualisatie.

    Grafieken in tools zijn vaak duidelijker dan zelfgemaakte Excel-grafieken. De afbouw-curve, de pijler-stapeling, de "is dit haalbaar"-indicator. Een tool laat het in een oogopslag zien.

    Voor een directe vergelijking tussen Mijn VermogensPlanner en Excel is een aparte gids beschikbaar.


    De eerste keer: vier veelvoorkomende verrassingen

    Mensen die voor de eerste keer een planner gebruiken, schrikken vaak van een van deze vier dingen.

    Verrassing 1: hun pensioen valt lager uit dan ze dachten.

    Vooral door inflatiecorrectie. Mijnpensioenoverzicht toont vandaag-euro's; de tool corrigeert voor 18% koopkrachtverlies over 20 jaar. Mensen zien dan opeens dat hun "€ 3.500 bruto pensioen" werkelijk € 2.345 in koopkracht van vandaag is.

    Verrassing 2: het pensioengat is groter dan ze dachten.

    Combinatie van inflatie + bruto/netto-verwarring. Het werkelijke gat is vaak 30-50% groter dan mensen voor de tool gokten.

    Verrassing 3: ze hebben minder lang dan ze dachten.

    Statistisch gemiddelde levensduur in Nederland: 82 voor mannen, 85 voor vrouwen. Maar de tool rekent met spreiding: kans op leven tot 90, 95, of zelfs 100. Voor wie defensief plant: 90 als rekenwaarde. Dat is langer dan de meeste mensen plannen.

    Verrassing 4: ze hebben meer marge dan ze dachten.

    Soms gaat het de andere kant op. Mensen die zich zorgen maakten over hun pensioen, ontdekken dat AOW + pijler 2 + huidig vermogen ruim voldoende zijn. Voor 30-40% van de gebruikers is dit het geval.


    Tot slot

    Klaar om het te proberen? Mijn VermogensPlanner is opgezet om in 10-15 minuten klaar te zijn voor de basisversie. Vier vragen, één getal, drie uitkomsten. Stap 1 tot 3 zijn gratis.

    Voor wie zich afvraagt of een tool dan niet beter is dan een adviseur: lees vermogensplanner of financieel adviseur voor de criteria.

    Of bekijk wanneer je überhaupt aan een financieel plan moet beginnen als je nog twijfelt.

    Gratis tool

    Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?

    Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.

    Doe de pensioenstresstest gratis

    Zelf berekenen?

    Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp
    Serge van der Pluijm

    Geschreven door Serge van der Pluijm

    Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.

    Meer artikelen

    Algemeen

    FIRE en box 3: het echte effect op je trekking

    25 augustus 2026 · 6 min
    Algemeen

    De geavanceerde modus: voor wie standaard vermogensplanning niet voldoet

    21 augustus 2026 · 8 min

    © 2026 Mijn VermogensPlanner