Algemeen
Hoe lang kun je leven van € 500.000 — rekenvoorbeeld 2026
Hoe lang doe je met €500.000 vermogen? Bij verschillende uitgaven van €1.500 tot €4.000 netto/maand. Inclusief box 3-effect.
De vraag waar veel mensen mee komen
Mensen die voor het eerst hun vermogen op € 500.000 zien staan, vragen vaak hetzelfde. Hoeveel jaar kan ik daar van leven?
Het antwoord is niet één getal. Het is een reeks van getallen, afhankelijk van levensstijl, leeftijd, en wat de Nederlandse fiscaliteit doet met je pot. Dit artikel rekent het uit, voor zes verschillende uitgavenpatronen.
De variabelen
Voordat we rekenen, drie variabelen om vast te leggen.
Variabele 1: rendement.
Voor een gemengde portefeuille (50/50 obligaties/aandelen) hou ik 4% reëel rendement aan. Voor wie volledig in aandelen zit en 30% volatiliteit kan absorberen: 5-6%. Voor cash op spaarrekening: -1% reëel (rente min inflatie).
Voor de berekeningen hieronder: 4% reëel.
Variabele 2: uitgavenpatroon.
Behoefte in netto euro per maand. Dat zet je om naar bruto trekking (netto × 1,2 voor doorsnee), plus box 3-aanslag op vermogen tijdens trekking.
Variabele 3: aanvullende inkomsten.
AOW vanaf 67, eventueel werknemerspensioen, eventueel parttime werk. Voor de simpelste berekening: aanname is dat geen aanvullende inkomsten zijn (€ 500.000 als enige bron).
Hoe lang doet €500.000 mee?
Bij € 500.000 startvermogen, 4% reëel rendement, geen aanvullende inkomsten, en de aanname dat box 3 jaarlijks zo'n € 4.500-€ 7.000 trekt op gemiddeld vermogen tijdens onttrekking:
| Behoefte netto/m | Bruto incl. box 3/jr | Aantal jaren haalbaar |
|---|---|---|
| € 1.500 | € 25.700 | 38 jaar |
| € 2.000 | € 32.900 | 24 jaar |
| € 2.500 | € 40.100 | 18 jaar |
| € 3.000 | € 47.300 | 14 jaar |
| € 3.500 | € 54.500 | 12 jaar |
| € 4.000 | € 61.700 | 10 jaar |
De relatie is niet lineair. Bij € 1.500/maand uitgaven kun je je vermogen vrijwel oneindig laten staan (de trekking is lager dan het rendement), bij € 4.000/maand teer je het pot in tien jaar uit.
De waarheid die mensen vaak vergeten: bij voldoende lage uitgaven is € 500.000 een levenslange basis. Bij hogere uitgaven dekt het hooguit een tussenfase. Het bedrag is niet het belangrijkste. De ratio tussen vermogen en uitgaven is.
Drie concrete profielen
Profiel 1: vroege FIRE op 50 met sober budget.
Sven, 50, ex-IT-projectmanager. Vermogen € 500.000. Uitgaven € 1.800 netto/maand. Levensstijl: kleine huurwoning in een dorp in Limburg, geen auto, één keer per jaar vakantie binnen Europa.
Bij € 1.800/maand: vermogen houdt 28-30 jaar mee bij 4% reëel rendement. Sven moet leven tot 78-80 voordat zijn pot leeg is. Plus AOW vanaf 67: dan zit hij vanaf zijn 67e op AOW + restvermogen.
Werkelijk: Sven kan vrijwel zorgeloos op 50 stoppen, mits zijn levensstijl niet escaleert.
Profiel 2: pensioen-aanvulling vanaf 67.
Annette, 65, gepensioneerd vanaf 67. AOW alleenstaand € 1.558 netto/maand + werknemerspensioen € 800 netto/maand = € 2.358 netto/maand. Behoefte: € 2.800 netto/maand. Tekort: € 442/maand = € 5.300/jaar.
Vermogen € 500.000 als aanvulling. Bij € 5.300/jaar trekking + ~€ 7.500 box 3 = € 12.800/jaar bruto. Bij 4% reëel: vermogen houdt vrijwel oneindig mee (trekking is bijna gelijk aan rendement).
Annette kan ruim zorgeloos haar pensioen ingaan, met buffer voor zorgkosten en vrije tijd.
Profiel 3: vroege FIRE met comfortabele uitgaven.
Peter, 52, vermogen € 500.000. Uitgaven € 3.500 netto/maand (huis, auto, hobby's). Geen aanvullende inkomsten tot AOW.
Bij € 3.500/maand uitgaven en 4% reëel rendement: vermogen houdt 12 jaar mee. Peter is dan 64. Drie jaar tot AOW. Tekort.
Peter kan dus niet op 52 stoppen met dit uitgavenniveau. Hij moet of doorwerken tot 60, of zijn uitgaven verlagen, of beide.
Wat box 3 doet
Box 3 is verraderlijk in deze rekensom. Op € 500.000 vermogen min vrijstelling € 59.357 = € 440.643 belastbaar. Bij volledige beleggingen: forfait 6% × € 440.643 = € 26.439 fictief inkomen × 36% = € 9.518 belasting per jaar.
Tijdens onttrekking daalt het vermogen, dus daalt ook box 3. In het eerste jaar bij snelle trekking is € 9.518 box 3 al een serieuze hap uit je trekkingscapaciteit.
Bij € 3.000/maand netto uitgaven (€ 36.000/jaar) plus € 9.518 box 3 = € 45.518/jaar effectieve trekking. Op € 500.000 = 9,1% van het vermogen. Dat is meer dan welk reëel rendement dan ook. Vermogen smelt.
Voor een verlaagde box 3-aanslag (route via lijfrente of pijler 3) zie pensioen verhogen 4 routes. Vermogen in lijfrente valt buiten box 3.
Wat als rendement tegenvalt?
De berekeningen hierboven gaan uit van 4% reëel. Wat als het 2% of 0% wordt (defensiever)?
| Rendement | € 3.000/m haalbaar |
|---|---|
| 5% reëel | 17 jaar |
| 4% reëel | 14 jaar |
| 3% reëel | 12 jaar |
| 2% reëel | 11 jaar |
| 0% reëel | 9 jaar |
Bij lage rendementen smelt je vermogen sneller. Bij negatief reëel rendement (slechte beursperiode) zelfs nog sneller.
Voor wie het niet kan permitteren om bij tegenvallend rendement zonder vermogen te zitten: minder onttrekken, meer marge inbouwen, of langer doorwerken.
Sequentie van rendementen telt mee. Twee jaar van -20% direct na FIRE-leeftijd is rampzalig. Twee jaar van -20% in midden van pensioenfase is hinderlijk. Niet alle slechte rendementen zijn gelijk.
De vier valkuilen bij '€ 500.000-rekensommen'
Valkuil 1: box 3 negeren.
Veel rekentools tonen alleen rendement vs trekking. Niet box 3-aanslag. Voor € 500.000 maakt dat 1,5-2% rendementverschil: het verschil tussen vermogen behouden en vermogen smelten.
Valkuil 2: AOW vergeten.
Voor wie vanaf 67 AOW erbij krijgt, is de berekening fundamenteel anders. AOW + restvermogen kunnen samen voldoende zijn, terwijl vermogen alleen tekort schiet.
Valkuil 3: één uitgavenpatroon hanteren.
Mensen geven vaak meer uit in de eerste 10-15 jaar pensioen (reizen, hobby's) dan in de laatste 10 jaar. Vermogen-vraag verandert daarom over de fasen heen.
Valkuil 4: levensstijl-creep.
Wie € 1.800/maand begroot maar elk jaar 5% meer uitgeeft: tegen het einde van zijn pensioenfase zit hij op € 4.000/maand. Vermogen smelt veel sneller dan de oorspronkelijke berekening suggereerde.
Voor hoe je je vermogen behoudt en inkomenstrekkingen plant is een aparte gids in de maak.
Heb jij voor jezelf de berekening gemaakt?
Heb jij voor jezelf uitgerekend hoe lang je vermogen meegaat bij je gewenste levensstijl? Mail me wat eruit kwam, en bij welk rendement-aanname je rekent. Ik verzamel cases om in een vervolggids te bespreken hoe Nederlanders deze berekening aanpakken.
Wat de tool doet
Mijn VermogensPlanner berekent hoe lang je vermogen meegaat bij verschillende uitgavenpatronen. Vier vragen, één getal per scenario. Stap 1 tot 3 zijn gratis.
Of vergelijk hoe lang je leeft van € 1 miljoen als je een ander vermogensniveau hebt.
Gratis tool
Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?
Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.
Doe de pensioenstresstest gratisZelf berekenen?
Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

Geschreven door Serge van der Pluijm
Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.