BlogSpaarpotjes-strategie — hoe verdeel je je geld slim?

    Algemeen

    Spaarpotjes-strategie — hoe verdeel je je geld slim?

    Hoe je je vermogen indeelt in zes potjes voor verschillende doelen: noodbuffer, korte termijn, FIRE, pensioen. Met aanbevolen verdeling.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp

    Het systeem dat veel financiële beslissingen vereenvoudigt

    Tara, 38, productmanager bij een SaaS-bedrijf. Tot 2024 had ze één grote spaarrekening en één beleggingsrekening. Op een vrijdagmiddag belde ze me. "Ik wil dat ik weet welk geld voor wat is. Nu zit alles op één hoop. Het werkt niet."

    Wat we daarna deden: zes potjes maken, elk met een eigen doel, een eigen tijdshorizon, en een eigen risicoprofiel. Een paar uur werk. Sindsdien heeft Tara nooit meer twijfeld of ze geld kon uitgeven aan een vakantie of moest opzij zetten voor pensioen. Het is duidelijk per potje. (pseudoniem, samengesteld uit klantgesprekken)

    Het systeem heet de spaarpotjes-strategie. Hieronder de zes potjes.


    Potje 1: noodbuffer

    Doel: onverwachte uitgaven dekken zonder andere potjes aan te spreken.

    Bedrag: 3-6 maanden netto-uitgaven. Voor wie € 3.000/maand uitgeeft: € 9.000-€ 18.000.

    Waar: spaarrekening met snelle toegang, eventueel bij een andere bank dan je hoofdrekening voor extra mentale afstand. Niet beleggen.

    Wanneer aanspreken: verlies van baan, kapotte auto, plotselinge medische uitgaven. Niet voor een vakantie of nieuwe meubels. Daar is potje 2 voor.


    Potje 2: korte-termijn doelen

    Doel: uitgaven die je in de komende 0-3 jaar voorziet.

    Bedrag: afhankelijk van plannen. Vakantie, nieuwe auto, verbouwing, bruiloft.

    Waar: spaarrekening of depositorekening (1-2 jaar) voor doelen 1-3 jaar weg. Niet beleggen, want te volatiel voor korte termijn.

    Wanneer aanvullen: maandelijks, in de aanloop naar het doel.


    Potje 3: woning

    Doel: voor wie geen koophuis heeft: aanbetaling. Voor wie wel: verbouwing of verhuizing.

    Bedrag: afhankelijk van plannen. Voor aanbetaling op een woning van € 400.000: € 80.000-€ 100.000 (20-25%).

    Waar: depositorekening (vastzetten 1-3 jaar) of voorzichtig beleggen via een fonds met defensieve allocatie. Geen 100% aandelen. Een 30% daling vlak voor je woningaankoop is funest.


    Potje 4: FIRE / vroegpensioen

    Doel: vermogen voor de jaren tussen FIRE-leeftijd (50, 55, 60) en AOW (67).

    Bedrag: voor brugjaren 12 jaar bij € 4.000 netto/maand uitgaven inclusief box 3: ongeveer € 600.000.

    Waar: broker-rekening (Vanguard, DEGIRO, Saxo) met wereldindex of vergelijkbaar product. Volledig in box 3, dus jaarlijks belasting.

    Bij wie: voor wie FIRE-doel heeft. Wie alleen reguliere pensioen wil, kan dit potje overslaan.

    Voor hoe je FIRE-getal berekent voor Nederland is de pillar-gids beschikbaar.


    Potje 5: pensioen na 67

    Doel: aanvulling op AOW + werknemerspensioen vanaf 67.

    Bedrag: afhankelijk van pensioengat. Voor de gemiddelde Nederlander tussen € 100.000-€ 300.000.

    Waar: lijfrente of banksparen via pijler 3. Buiten box 3, plus belastingaftrek aan de voorkant. Voor wie jaarruimte heeft is dit fiscaal het voordeligst.

    Voorwaarden: geld zit vast tot pensioendatum. Bij voortijdige opname: 20% revisierente bovenop normale belasting.

    Voor jaarruimte 2026 berekenen is een aparte gids beschikbaar.


    Potje 6: speelgeld / passieve hobby's

    Doel: vrij besteedbaar geld voor hobby's, kleine investeringen, gokken op een aandeel waar je in gelooft.

    Bedrag: klein, max 5% van je totale vermogen. Voor iemand met € 200.000: max € 10.000.

    Waar: broker met flexibele aanpak. Eventueel individuele aandelen, crypto, of speculatieve instrumenten. Mits het je niet kapot maakt als je dit potje verliest.

    Belangrijk: dit is niet je vermogen-opbouw-rekening. Houd het apart om geen impact te hebben op de andere vijf potjes.


    Hoe je het opzet

    In zes stappen.

    Stap 1: schat je netto maandelijkse uitgaven.

    Drie maanden bonnetjes. Optellen. Gemiddelde nemen.

    Stap 2: bouw eerst potje 1 (noodbuffer) op.

    3-6 maanden uitgaven. Voor de meeste mensen € 10.000-€ 25.000. Doe dit eerst, voordat je in andere potjes begint.

    Stap 3: ga aan potjes 4 en 5 werken (lange termijn).

    Voor de jongere lezer (30-50): zwaar inleggen in potje 5 (pensioen via lijfrente) en/of potje 4 (FIRE-vermogen). Voor 50+: vaker focus op potje 5 omdat de horizon korter wordt.

    Stap 4: vul potje 2 (korte termijn) aan op basis van plannen.

    Vakantie volgend jaar? Auto over 3 jaar? Spaar daarvoor maandelijks.

    Stap 5: bouw potje 3 (woning) op als je gaat verhuizen of verbouwen.

    Voor wie nu al gehuisvest is: dit potje is leeg of klein.

    Stap 6: gebruik potje 6 (speelgeld) voor de leuke dingen.

    Niet meer dan 5% van totaal. Onthecht aan rendementsdoelen.


    Een voorbeeldverdeling

    Voor Tara (38, vermogen € 110.000, doel: pensioen op 65 + FIRE-optie op 60):

    Potje Bedrag % van totaal
    1. Noodbuffer € 12.000 11%
    2. Korte termijn € 5.000 5%
    3. Woning € 0 (al gekocht) 0%
    4. FIRE € 25.000 23%
    5. Pensioen na 67 € 60.000 55%
    6. Speelgeld € 8.000 7%
    Totaal € 110.000 100%

    Maandelijkse aanvulling: € 800/maand naar potje 5 (pijler 3 lijfrente), € 400/maand naar potje 4 (broker), € 100/maand naar potje 6 (speelgeld).

    Naarmate Tara ouder wordt, schuift de verdeling. Op 50: potje 4 (FIRE) groeit substantieel; potje 5 blijft groeien tegen pensioendatum. Op 60: potje 4 wordt aangesproken voor brugjaren; potje 5 wacht op uitbetaling vanaf 67.

    Het kernidee: één spaarrekening met "alles op een hoop" werkt niet voor de meesten. Het leidt tot ongerustheid over uitgaven en gebrek aan voortgang op lange-termijn-doelen. Zes potjes maakt het concreet en motiverend.


    Wat NIET te doen

    Drie waarschuwingen.

    Eén: niet alle potjes op één rekening.

    Mentale scheiding werkt het beste als de potjes ook fysiek gescheiden zijn. Verschillende rekeningen, eventueel bij verschillende banken, zorgt voor minder verleiding om uit het verkeerde potje te trekken.

    Twee: niet potje 6 (speelgeld) groter dan 5% maken.

    Speelgeld blijft speelgeld. Wie 20% van zijn vermogen in individuele aandelen of crypto heeft, doet niet aan spaarpotjes-strategie. Hij doet aan speculatie.

    Drie: niet potje 1 (noodbuffer) skippen om sneller te beleggen.

    Een leeg noodbuffer leidt onvermijdelijk tot het aanspreken van potje 4 of 5 bij een tegenvaller. Daar betaal je dan boete (revisierente bij lijfrente) of moet je tegen lage koers verkopen.

    Heb jij een spaarpotjes-systeem of werk je met één grote pot? Mail me hoe je het hebt ingericht. Ik verzamel cases om in een vervolggids te bespreken hoe Nederlanders hun vermogen structureren.


    Wat de tool doet

    Mijn VermogensPlanner toont je hoe je vermogen verdeeld zou moeten zijn over de zes potjes, gebaseerd op je leeftijd, doelen en uitgaven. Vier vragen, één verdeling. Stap 1 tot 3 zijn gratis.

    Of bekijk hoe je vermogen opbouwt over de verschillende leeftijden als je het hele plaatje wilt zien.

    Gratis tool

    Pensioenstresstest: hoe robuust is je plan bij een marktcrash?

    Voer je vermogen, rendement en jaarlijkse onttrekking in — en zie via 500 Monte Carlo-scenario's hoe groot de kans is dat je vermogen het uithoudt tot je 95e.

    Doe de pensioenstresstest gratis

    Zelf berekenen?

    Reken jouw persoonlijke situatie door in de planner.

    Delen:inLinkedIn𝕏Twitter / X💬WhatsApp
    Serge van der Pluijm

    Geschreven door Serge van der Pluijm

    Oprichter Mijn VermogensPlanner. Schrijft over vermogen, belasting en pensioen voor zelfstandig denkenden.

    Meer artikelen

    Algemeen

    FIRE en box 3: het echte effect op je trekking

    25 augustus 2026 · 6 min
    Algemeen

    De geavanceerde modus: voor wie standaard vermogensplanning niet voldoet

    21 augustus 2026 · 8 min

    © 2026 Mijn VermogensPlanner